Klimaatdoelen stevige uitdaging voor land- en tuinbouw

De basis voor de klimaatakkoorden die Ed Nijpels namens de SER 10 juli aan minister Eric Wiebes (EZK) overhandigde, zijn voor de land- en tuinbouw een stevige uitdaging, maar niet onhaalbaar. Het gaat voor veehouders en akkerbouwers tot 2030 vooral om doorgaan op de ingeslagen weg en de introductie van technische oplossingen die de uitstoot van broeikasgassen verder zullen verminderen. Voor glastuinders liggen de uitdagingen in de Kas als energiebron. LTO Nederland wil over concrete maatregelen na 2030 niet praten.  De urgentie van het klimaatprobleem is aanjager voor een samenhangend verhaal voor de land- en tuinbouw.

Wat dinsdag is gepresenteerd is geen eindakkoord (www.klimaatakkoord.nl). Het is de basis voor verdere uitwerking dit najaar. Dan worden voorstellen concreter en weten boeren, tuinders en het agrarisch bedrijfsleven wat de concrete opdrachten zijn voor de jaren tot 2030. De basis voor het klimaatakkoord waar afgelopen maanden aan de klimaattafel ‘Landbouw en landgebruik’ door LTO Nederland actief en constructief over is meegedacht, zijn onderdeel van een bredere aanpak voor de maatschappelijke opgaven waar de land- en tuinbouw voor staan. “We gebruiken de urgentie van het klimaatprobleem om tot een samenhangend verhaal te komen voor klimaat en energie, gezondheid van mens en dier, biodiversiteit en de kwaliteit van natuur en landschap”, reageert LTO bestuurder Kees van Zelderen.

Omslag ondersteunen
“We gaan samen met onze boeren en tuinders aan het werk om de noodzakelijke omslag op bedrijfsniveau tot een succes te maken. We willen als LTO Nederland een beweging in gang zetten. We pakken de uitdaging op en willen dat boeren en tuinders het nodige gereedschap krijgen om deze opdracht uit te voeren. Dat zullen we in samenwerking met de ketenpartijen doen.” Wat nu gepresenteerd is en dit najaar wordt omgezet in maatregelen, moet ook over nieuwe verdienmodellen gaan en niet alleen over opgelegde aanpassingen in de bedrijfsvoering zonder enige vorm van compensatie. “Is er geen geld beschikbaar, dan is het draagvlak bij boeren en tuinders niet groot”, aldus Van Zelderen. “Boeren en tuinders moeten aan de klimaatuitdaging ook een fatsoenlijk inkomen overhouden. Daarom is het nu veel te vroeg om de uitkomsten van de klimaattafel bij voorbaat te omarmen.”

Opdracht 3,5 Megaton CO2
Het gaat in de gepresenteerde voorstellen van de klimaattafel Landbouw en Landgebruik om een reductie tot 2030 van in totaal 3,5 megaton CO2 equivalenten (CO2, lachgas, methaan) verdeeld over drie pijlers: Methaan en veehouderij (1 Mton), Slimmer landgebruik (1,5 Mton) en Kas als energiebron (1 Mton). Voor de veehouderij is dat verdeeld over varkenshouderij (via warme sanering, opkoop van rechten, technologie) en de melkveehouderij en zuivel (methaan via dier en voeding, mestopslag en bemesting en lachgas). Voor Slimmer landgebruik is de opgave verdeeld over veenweide, landbouwbodems buiten veenweide en bossen, bomen en natuur. De 1 Mton voor Kas als energiebron wordt verdeeld over energiebesparing, warmtesystemen, moderniseren kassen en gebiedsaanpak, elektrificatie en koplopersaanpak. 

Richting 2050 stevige klus
Volgens Van Zelderen ligt de grootste uitdaging voor de land- en tuinbouw in de doelen na 2030. In 2050 moet de Nederlandse CO2-uitstoot met maar liefst 95 procent zijn teruggebracht. Dat betekent vrijwel nul-emissie CO2. “Dat zullen we als boeren en tuinders nooit helemaal kunnen halen, maar we denken dat op andere manieren te kunnen compenseren door bijvoorbeeld veel duurzame energie te produceren, minder kunstmest te gebruiken en minder eiwit uit andere werelddelen te importeren. Ook kunnen we door ander landgebruik aanzienlijk meer CO2 vastleggen in de bodem. Daar weten nu nog te weinig van en daarom leggen we ons niet vast op afspraken richting 2050. We zullen ook veel directer en eerlijker moeten worden met het toerekenen van klimaatresultaten aan het boeren- en tuinderserf. Nu gaan anderen lopen met onze inspanningen.”

Melkveehouderij en zuivel
LTO melkveehouderij en NZO beogen met het aan de klimaattafel ingebrachte plan Klimaatverantwoorde zuivelsector in Nederland, een reductie van in totaal 2,6 Mton CO2-equivalenten in 2030 (dier, diervoeding, mestopslag en bemesting). Deze leiden tot een reductie van methaan gelijk aan 0,8 megaton CO2. Met energiebesparende maatregelen, de productie van duurzame energie en maatregelen op gebied van bodem en gewas wordt de CO2-emissie verminderd met nog eens 0,8 Mton. Daarnaast voorziet het plan in de reductie van de uitstoot van broeikasgassen in het buitenland. Ook de uitvoering van het advies van de Commissie Grondgebondenheid doet een duit in het zakje. Melkveehouders gaan meer eiwitrijke gewassen op eigen grond telen en minder soja en palmpitten importeren de komende jaren afnemen. Dat levert in potentie 1,0 Mton minder CO2-emissie op.

Voorzitter Wil Meulenbroeks, LTO melkveehouderij: “Melkveehouders en zuivelondernemingen werken op eigen initiatief al jaren samen aan de reductie van broeikasgassen. Bij de totstandkoming van het plan hebben wij zoveel mogelijk rekening gehouden met andere duurzaamheidsthema’s die de sector en de maatschappij belangrijk vinden, zoals het grondgebonden karakter van de melkveehouderij, weidegang en het behoud van biodiversiteit. Het plan gaat bovendien uit van een economisch gezonde sector die voldoende inkomen genereert voor melkveehouders, zodat zij in staat zijn stappen te zetten die leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen op hun bedrijf.”

Varkenshouderij
Het voorgestelde maatregelenpakket voor warme sanering van de varkenshouderij zou directe klimaatwinst (0,3 Mton) kunnen opleveren, maar moet nog doorgerekend worden. Naast de inspanningen die varkenshouders de afgelopen jaren reeds gedaan hebben, zetten zij ook de komende jaren in op innovaties en investeringen in nieuwe duurzame en emissiearme stalsystemen. “Doel is minder emissies van methaan, ammoniak, geur, fijnstof uit stallen. Dat kan bijvoorbeeld door regelmatige afvoer van mest uit de stal en door scheiden van mest en urine bij de bron. Verse mest kan in regionale clusters verwerkt worden tot groen gas, groene kunstmest en waardevolle organische meststoffen of grondstoffen voor de chemische industrie. De varkenshouderij levert op deze wijze een nieuwe bijdrage aan de circulaire economie”, aldus vicevoorzitter Eric Douma van POV.

De coalitie Vitalisering Varkenshouderij neemt het initiatief voor een meerjarig innovatie- en versnellingsprogramma ‘Stal van de Toekomst’. Dat programma moet een stevige reductie van de methaanuitstoot opleveren. “Daarbij is wel van belang deze regionale mestverwerkingsclusters zo worden ingericht dat methaanemissie wordt geminimaliseerd.”
 
Kas als energiebron

“De uitdagingen voor de glastuinbouw liggen op verschillende terreinen”, reageert Voorzitter Sjaak van der Tak van LTO Glaskracht Nederland. Te weten: een uitbreiding van zeventien naar vijftig aardwarmtebronnen, de aanleg van warmtenetten voor rest- en aardwarmte, levering externe CO2 en jaarlijkse nieuwbouw van 300 hectare energiezuinige kassen. Verder werkt de sector aan een gestructureerde gebiedsaanpak in alle glastuinbouwregio’s, een koplopersaanpak voor innovators en intensivering van het programma Kas als Energiebron. “Hiermee streeft de glastuinbouwsector naar een extra CO2-reductie van 1,8 Mton. Ten op zichten van de huidige CO2-uitstoot levert dit een totale reductie van 3,4 Mton op”, aldus Van der Tak. Deze uitdagingen liggen in lijn met de door LTO Glaskracht Nederland opgestelde visie ‘Klimaatneutrale Glastuinbouw 2040' www.ltoglaskrachtnederland.nl

10 juli 2018

BRON:
LTO Nederland
Naar boven