Energie

EnergieIn de zoektocht naar nieuwe, duurzame vormen van energieopwekking liggen sommige mogelijkheden dichterbij dan het lijkt. De land- en tuinbouw heeft al veel ervaring met de productie van elektriciteit, gas en warmte. Waar andere opties soms nog tijd nodig hebben, zou de agrarische sector op korte termijn kunnen uitgroeien tot een belangrijke leverancier van duurzame energie.

Agrarische energieproductie verkleint de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en kan een bijdrage leveren aan de reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Bij co-vergisting bijvoorbeeld wordt elektriciteit en gas gewonnen uit mest, reststromen en energiegewassen. WKK’s zetten aardgas om in elektriciteit en warmte en zijn daarin veel efficiënter dan aardgasgestookte energiecentrales. Ze kunnen in de toekomst ook draaien op groen gas, gewonnen uit biomassa.

De manier waarop boeren en tuinders energie produceren is fundamenteel anders dan we tot nog toe gewend zijn: kleinschalig, lokaal en decentraal. Toch kunnen warmtekrachtkoppeling (WKK), windenergie en co-vergisting concurreren met gangbare, grootschalige energieopwekking. LTO ziet ook een rol weggelegd voor de teelt van energiegewassen als grondstof voor biobrandstoffen, vergisting en directe verbranding. Een optimalere benutting van de gewassen, bijvoorbeeld als grondstof voor vezels en chemische producten, is dan wel van belang, evenals teeltinnovatie voor een hogere opbrengst.

LTO Nederland vindt dat de overheid de ontwikkeling van lokale energieproductie door boeren en tuinders beter zou kunnen ondersteunen. Dat kan ook een bijdrage leveren aan de verdere verduurzaming van de sector. Innovatieve ondernemers verdienen een consistente en stimulerende regelgeving. Er moet meer ruimte komen voor onderzoek van kansrijke technieken. Beloftevolle, maar nog niet rendabele alternatieven zoals zonne-energie zouden ook financiële ondersteuning moeten krijgen.

Ondertussen blijft de land- en tuinbouw zich inzetten voor energiebesparing. Het kabinet wil twee procent energiebesparing per jaar tot 2020. De agrarische sector zal alles op alles zetten om dat te halen. Sectoren met weinig bewegingsvrijheid moeten daarbij wel kunnen profiteren van sectoren met meer ruimte. LTO Nederland wil daarom een sectorbrede meerjarenafspraak met de overheid maken. Daarin zou de overheid zich ook sterk moeten maken voor meer kennis, innovatie en subsidies.

De land- en tuinbouw levert met ruim twee miljoen hectare teeltruimte een belangrijke bijdrage aan de absorptie van CO2. Toch zal de sector moeten zoeken naar wegen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. De glastuinbouw ziet zich voor een flinke opdacht gesteld, maar daar bieden innovatie en energiebesparing een oplossing. In andere teelten en in de veehouderij (verantwoordelijk voor vijf procent van de totale Nederlandse uitstoot van broeikasgassen, voornamelijk methaan en lachgas) zal meer creativiteit zijn vereist. Maar door verbetering van het mest- en mineralenmanagement, de huisvesting en de samenstelling van het veevoer kunnen ook deze sectoren een belangrijke bijdrage leveren.