LTO: oneerlijke handelspraktijken aanpakken

Er is volgens LTO Nederland actie nodig tegen oneerlijke handelspraktijken, zoals veel te late betalingen of het afdwingen door afnemers van bijvoorbeeld kortingen, die niet contractueel zijn overeengekomen. Kleine, relatief zwakke partijen, kunnen vaak niet anders dan dergelijke praktijken slikken, omdat ze anders in de toekomst niet meer hoeven te leveren.

Oneerlijke handel beperkt zich niet tot landsgrenzen, het gebeurt overal in Europa. Dat heeft vooral te maken met de enorme schaalvergroting in de supermarktwereld. In elke Europese lidstaat zijn het meestal drie tot vijf zeer grote partijen die de markt domineren. Wat LTO betreft moet oneerlijke handel zoveel mogelijk worden tegengegaan door zelfregulering op nationaal en Europees niveau. Ketenpartijen maken dan afspraken - over onder meer een code van goed gedrag - om unfaire manieren van zakendoen tegen te gaan, inclusief een kader voor klachtenbehandeling.
Stok achter de deur
Als dat echter niet werkt, zijn Europese regels nodig die dienen als stok achter de deur. De Europese Commissie is al met dit traject bezig. Zo is er in EU-verband een consultatieronde geweest, waarop LTO Nederland actief heeft ingespeeld via de Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca.
Zo zijn de onevenwichtige machtsverhoudingen in de keten aan de kaak gesteld en ook de gevolgen ervan. In een brief aan de Europese Commissie zijn dezelfde punten naar voren gebracht.
Van meet af aan is het traject door Bureau Brussel van LTO intensief gevolgd , te meer daar het ook nationaal een van de speerpunten is van LTO Nederland. Eerder dit jaar is een bijeenkomst van Copa-Cogeca gehouden over oneerlijke handel. Eurocommissaris Barnier gaf toen aan hoe de Europese Commissie er tegenaan kijkt en kondigde aan dat de Commissie dit najaar (november) met voorstellen wil komen.
Wat die gaan inhouden is nog onduidelijk. Het is nog maar de vraag of hij bijvoorbeeld zal aangeven waar een code van goed gedrag en ook zelfregulering aan moeten voldoen. Wel duidelijk is dat een wetgevingstraject een zaak is van lange adem en meerdere jaren kan duren.
Minder investeringen
Lage marges voor boeren en tuinders en onzekerheid over afzet leiden tot minder investeringen in onder meer vernieuwing op bedrijven. De verduurzaming van productie wordt hierdoor vertraagd. Dat werkt ook door in andere schakels van de productieketen. Het gebrek aan financiële armslag van primaire producten raakt daarom iedereen, ook de consument en de samenleving.

De normale concurrentie tussen ondernemingen in de voedselketen, met name die tussen heel grote bedrijven en kleinere handelspartners,  zal met nieuwe Europese regels beslist niet helemaal worden opgelost. Ondernemers moeten vooral meer gaan samenwerken om bijvoorbeeld in coöperatieve vormen krachten te bundelen voor een sterkere economische positie ten opzichte van steeds grotere supermarktketens. Ook kunnen soms kortere afzetlijnen een middel zijn voor boeren en tuinders om een eerlijker prijs te krijgen voor hun product.

07 mei 2013

BRON:
Jack Luiten, Barend van Wonderen
Naar boven