Afdelingen zijn kleine maar sterke schakel

Mede dankzij werkbezoeken kom op land- en tuinbouwbedrijven in heel Nederland. Telkens geniet ik van het enthousiasme van ondernemers. De thema’s de wij landelijk, regionaal of lokaal aansnijden, worden tijdens werkbezoeken tastbaar.

Laatst bezocht ik een kersenteler met een proefopstelling voor bijen en een melkveehouder die ook gids is voor het Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid IVN. Voor mij weer een bewijs dat ‘natuurinclusieve landbouw’ geen loze kreet van de sector is, maar dat boeren en tuinders daadwerkelijk leveren als het gaat om natuur en biodiversiteit.

Wat me ook elke keer opvalt: de enorme vitaliteit van onze lokale LTO-afdelingen, de kleinste schakels in onze organisatiestructuur. In afdelingen ontmoeten sectorbelangen elkaar en daarmee spelen ze een grote rol in onze belangenbehartiging.

Afdelingen weten als geen ander in te spelen op de uitdagingen die vanuit de directe omgeving op agrarische ondernemers afkomen. Ieder gebied kent een eigen dynamiek. Dat vraagt om afdelingen die zich aanpassen. Want Darwin leerde ons al: niet de sterkste zal overleven, maar diegene die zich het beste weet aan te passen aan de veranderende omgeving.

Afdelingen worden steeds belangrijker omdat rijk en provincies steeds meer beleid delegeren richting gemeenten. Tegelijk ontwikkelt LTO zich tot een netwerkorganisatie die zich soms opwerpt als belangenbehartiger, soms als belangenverdediger en dan weer als smeder van slimme coalities met andere maatschappelijke organisaties. Beide schakels vullen elkaar uitstekend aan en maken gebruik van elkaars specifieke kennis en expertise. Een model om trots op te zijn.

Hans Huijbers
LTO Duurzaam ondernemen

20 mei 2017

BRON:
Hans Huijbers
Naar boven