<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" >
    <channel>
        <title>
            Dier Archieven - LTO        </title>
        <atom:link href="https://www.lto.nl/sector/dier/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
        <link>
        https://www.lto.nl/        </link>
        <description>
            Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland        </description>
        <lastBuildDate>
            Tue, 08 Sep 2026 13:17:48 +0000        </lastBuildDate>
        <language>
            nl
        </language>
        <sy:updatePeriod>
            hourly        </sy:updatePeriod>
        <sy:updateFrequency>
            1        </sy:updateFrequency>
        <generator>https://wordpress.org/?v=7.1</generator>

<image>
	<url>https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2023/03/cropped-favicon_2023-150x150.png</url>
	<title>Dier Archieven - LTO</title>
	<link>https://www.lto.nl/</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
                <item>
            <title>
                Vertrouwen van boeren en tuinders daalt onder nulpunt            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/vertrouwen-van-boeren-en-tuinders-daalt-onder-nulpunt/            </link>
            <pubDate>
                Tue, 08 Sep 2026 13:17:48 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/vertrouwen-van-boeren-en-tuinders-daalt-onder-nulpunt/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Het vertrouwen van boeren en tuinders in hun eigen onderneming is in het tweede kwartaal van 2026 verder afgenomen. De Agro Vertrouwensindex daalde met 5 punten ten opzichte van het...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2025/12/16b5783-1920x1280_72-560x400-1-300x214.webp/>'<p><strong>Het vertrouwen van boeren en tuinders in hun eigen onderneming is in het tweede kwartaal van 2026 verder afgenomen. De Agro Vertrouwensindex daalde met 5 punten ten opzichte van het eerste kwartaal en komt uit op -0,5 punten. Daarmee staat de index op het laagste niveau sinds het eerste kwartaal van 2020.</strong></p>
<p>De daling is zichtbaar in zowel de stemming over de huidige situatie als in de verwachtingen voor de middellange termijn. Vooral die verwachtingen zijn sterk verslechterd: de verwachtingsindex daalde met 6,9 punten, terwijl de stemmingsindex met 2,6 punten afnam.</p>
<p><strong>Droogte raakt akkerbouw<br />
</strong>Onder akkerbouwers blijft het vertrouwen laag. De index voor het vertrouwen in het eigen bedrijf daalde met 0,5 punt naar -4,3. Dat is aanzienlijk lager dan het langjarige gemiddelde van ruim 7 punten. De droogte speelt daarbij een belangrijke rol. Het seizoen begon volgens Wageningen Social &amp; Economic Research goed, maar vanaf het tweede kwartaal kreeg de sector nadrukkelijk met droogte te maken. Tegelijkertijd zijn contractprijzen voor consumptie- en zetmeelaardappelen naar beneden bijgesteld en was de toewijzing van suikerbieten al verlaagd.</p>
<p>Ook voor de middellange termijn zijn akkerbouwers pessimistisch. Een mogelijk krimpend Europees aardappelareaal biedt enig perspectief voor de aardappelmarkt, maar daar staat tegenover dat Nederlandse akkerbouwers minder hoog salderende gewassen kunnen telen. Het areaal granen, hennep, vlas en kool- en raapzaad neemt daardoor toe. Daarnaast zorgen dossiers als stikstof en gewasbescherming voor extra onzekerheid.</p>
<p><strong>Vertrouwen melkveehouders sterk gedaald<br />
</strong>Ook onder melkveehouders is het vertrouwen fors afgenomen. De index daalde in het tweede kwartaal met 11,2 punten naar -4,3. Daarmee staat het vertrouwen voor het vierde kwartaal op rij onder het langjarige gemiddelde.</p>
<p>De lagere melkprijs is een belangrijke oorzaak van de daling. Volgens Wageningen Social &amp; Economic Research lag de melkprijs in het tweede kwartaal ruim een kwart lager dan een jaar eerder. Dit komt met name door een <strong>grotere wereldwijde melkaanvoer. </strong>Daarnaast nemen de kosten voor mestafzet toe, er moet namelijk meer mest worden afgezet, waardoor de totale kosten oplopen en door aanhoudende droogte dreigt een tekort aan ruwvoer. De aankoop van schaarser en daardoor duurder ruwvoer zet de bedrijfsresultaten verder onder druk. Ook oplopende brandstofkosten en hoge grondprijzen spelen een rol.</p>
<p><strong>Biologische sector houdt hoogste vertrouwen<br />
</strong>Het vertrouwen van ondernemers in de biologische sector daalde eveneens, met 10,4 punten naar 15,5 punten. Ondanks deze daling blijft de biologische sector de sector met het hoogste vertrouwen in de eigen onderneming. Ook hier lijkt de droogte invloed te hebben gehad, onder meer op de verwachtingen voor de productie in de komende twaalf maanden.</p>
<p><strong>Zorgen over toekomstperspectief<br />
</strong>De cijfers laten volgens LTO zien dat boeren en tuinders onder toenemende druk staan. Droogte, veranderende marktprijzen, oplopende kosten en onzekerheid over het toekomstperspectief werken door in het vertrouwen van ondernemers. LTO Nederland vindt dat boeren en tuinders perspectief geboden moet worden om te investeren in hun bedrijf en toekomstbestendig te ondernemen. Een stabiel en voorspelbaar beleid, ruimte om te ondernemen en een gelijk speelveld binnen Europa zijn daarvoor essentieel.</p>
<p>Meer uitkomsten van de Agro Vertrouwensindex over het tweede kwartaal van 2026 zijn te vinden via <a href="https://www.agrimatie.nl?utm_source=chatgpt.com" target="_blank" rel="nofollow">Agrimatie</a>.</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Boeren en tuinders nog lang niet klaar met gevolgen van droogte en hitte            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/boeren-en-tuinders-nog-lang-niet-klaar-met-gevolgen-van-droogte-en-hitte/            </link>
            <pubDate>
                Tue, 08 Sep 2026 11:22:54 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/boeren-en-tuinders-nog-lang-niet-klaar-met-gevolgen-van-droogte-en-hitte/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Hoewel er inmiddels weer regen valt, zijn boeren en tuinders nog lang niet af van de gevolgen van de aanhoudende droogte en hitte. Voor verschillende teelten zijn de productieverliezen aanzienlijk.]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2019/09/Water-en-Bodem-Kraan-Water-Druppels-Droogte-1-199x300.jpg/>'<p><strong>Hoewel er inmiddels weer regen valt, zijn boeren en tuinders nog lang niet af van de gevolgen van de aanhoudende droogte en hitte. Voor verschillende teelten zijn de productieverliezen aanzienlijk. Daar komen de sterk gestegen kosten voor energie en kunstmest nog bij. Ook de internationale ontwikkelingen drukken zwaar op de agrarische sector.</strong></p>
<p>Voor veehouders verslechtert de ruwvoerpositie. Tegelijkertijd lopen de prijzen van graan, oliezaden en maïs op. De oorlog in Oekraïne versterkt deze ontwikkeling. Door de beperkte toegankelijkheid van de Zwarte Zee voor de scheepvaart en de vernietiging van opslag- en distributiefaciliteiten door bombardementen staat de aanvoer verder onder druk. In de regio Kyiv en langs de frontlinie zou naar schatting 80 tot 90 procent van de opslagfaciliteiten zijn beschadigd of vernietigd.</p>
<p><strong>Beperkte Europese steun</strong><br />
De Europese Commissie heeft het GLB-crisisfonds iets uitgebreid om boeren tegemoet te komen in de gestegen kosten. Nederland ontvangt uit dit fonds bijna 15 miljoen euro. Lidstaten moeten uiterlijk 30 september aan Brussel melden hoe zij deze middelen willen inzetten. Daarbij bestaat de mogelijkheid om de Europese bijdrage met maximaal 200 procent aan te vullen met nationale middelen. LTO Nederland is benieuwd met welke invulling het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) komt. Tegelijkertijd is duidelijk dat de Europese bijdrage voor veel boeren slechts een druppel op de gloeiende plaat zal zijn. Of hogere marktprijzen voldoende compensatie bieden voor tegenvallende opbrengsten, moet nog blijken. Agrariërs kunnen bovendien niet altijd profiteren van hogere prijzen, bijvoorbeeld omdat zij gebonden zijn aan contracten of specifieke kwaliteitseisen.</p>
<p><strong>Verschillen tussen lidstaten</strong><br />
Andere Europese lidstaten trekken aanzienlijk meer geld uit om hun agrarische sector te ondersteunen.<br />
Frankrijk kondigde op vrijdag 4 september een steunpakket aan van ruim 1 miljard euro. Oostenrijk maakt 240 miljoen euro vrij. Deze steun zal waarschijnlijk worden vormgegeven als staatssteun, bovenop de middelen uit het GLB-crisisfonds.</p>
<p>LTO ziet dat de gevolgen van de droogte en hitte per regio sterk kunnen verschillen. Tegelijkertijd baart het verschil in steunmaatregelen tussen lidstaten zorgen. Een gelijk speelveld op de interne Europese markt is van groot belang voor de concurrentiepositie van Nederlandse boeren en tuinders.<br />
LTO blijft de ontwikkelingen en de gevolgen van droogte, hitte en de internationale marktsituatie nauwlettend volgen. Waar nodig zal LTO in Den Haag en Brussel aandacht blijven vragen voor passende ondersteuning en een gelijk speelveld voor Nederlandse boeren en tuinders.</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Wijziging BOR &#038; DSR erkent belang vruchtwisseling, maar in de praktijk onwerkbaar            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/wijziging-bor-dsr-erkent-belang-vruchtwisseling-maar-in-de-praktijk-onwerkbaar/            </link>
            <pubDate>
                Tue, 08 Sep 2026 08:19:40 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/wijziging-bor-dsr-erkent-belang-vruchtwisseling-maar-in-de-praktijk-onwerkbaar/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[LTO Nederland, VLB en NAJK hebben gezamenlijk gereageerd op de voorgestelde wijziging van de Bor &DSR. Deze wijziging is het resultaat van een jarenlange lobby...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/01/noord-holland-143-300x225.jpg/>'<p><strong>LTO Nederland, VLB en NAJK hebben <a href="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/Reactie-internetconsultatie-Fiscale-Verzamelwet-2028-definitief.pdf" target="_blank">gezamenlijk gereageerd</a> op de voorgestelde wijziging van de Bor &amp;DSR. Deze wijziging is het resultaat van een jarenlange lobby en een stap in de goede richting. Tegelijkertijd is de eis van noodzakelijke vruchtwisseling in de uitgaande pacht een overbodige eis die in de praktijk grote belemmeringen gaat vormen. De partijen geven in hun reactie aan dat het van belang is dat de noodzakelijkheidstoets wordt losgelaten, als ook enkele andere technische aanpassingen. </strong></p>
<p>De voorgestelde wijziging erkent het belang van vruchtwisseling. Het is het resultaat van een lange lobby waarin LTO, VLB en NAJK meermaals hebben benadrukt dat vruchtwisseling en de bijbehorende tijdelijke uitruil grote maatschappelijke en agrarische waarde heeft, zoals het behoud en de verbetering van bodemkwaliteit en reductie van gewasbeschermingsmiddelengebruik. Bovendien is het onwenselijk dat boeren en tuinders hierbij het risico op een fiscale rekening dragen.</p>
<p>Boeren en tuinders ruilen, in het kader van vruchtwisseling, regelmatig tijdelijk gronden met elkaar uit. In het geval van een akkerbouwer en een melkveehouder, kan voor de verpachting van de melkveehouder aan de akkerbouwer een teeltpachtovereenkomst worden gesloten, maar de andere kant op niet. Hierdoor loopt de akkerbouwer het risico dat de verpachte gronden buiten de BOR en DSR-ab vallen. Een groot fiscaal risico voor een maatschappelijk gewenste werkwijze.</p>
<p><strong>Noodzakelijkheidstoets onnodig</strong><br />
In het wetsvoorstel is ervoor gekozen dat, indien een ondernemer land pacht via een teeltpachtovereenkomst, op dat moment een verpachting onder de BOR en DSR-ab kan blijven vallen, in een verhouding 1:2. In de ogen van LTO Nederland had het wetsvoorstel hier moeten eindigen. Echter, bevat het wetsvoorstel ook een noodzakelijkheidstoets voor de verpachting: er moet worden aangetoond dat de verpachting noodzakelijk is voor de instandhouding of verbetering van de grondkwaliteit van de verpachter.</p>
<p>Dit zorgt in de praktijk echter voor een onwerkbare situatie. Zo moet deze noodzakelijkheid onder andere aangetoond worden middels vakstudies. Echter wordt hiermee volledig overgeslagen aan het feit dat vruchtwisseling afhankelijk is van onder andere de grond, de ligging, de omstandigheden, het risico dat een ondernemer wilt lopen en eventuele private afspraken.</p>
<p>LTO Nederland, NAJK en VLB vragen dan ook om het loslaten van de noodzakelijkheidstoets. Daarnaast zijn in de reactie nog enkele andere technische opmerkingen opgenomen.</p>
<p><a href="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/Reactie-internetconsultatie-Fiscale-Verzamelwet-2028-definitief.pdf" target="_blank">Lees hier de volledige reactie op de internetconsultatie.</a></p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Doorrekening PBL bevestigt noodzaak om het stikstofpakket fors te verbeteren            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/doorrekening-pbl-bevestigt-noodzaak-om-het-stikstofpakket-fors-te-verbeteren/            </link>
            <pubDate>
                Thu, 03 Sep 2026 21:03:36 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/doorrekening-pbl-bevestigt-noodzaak-om-het-stikstofpakket-fors-te-verbeteren/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Vanavond publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar reflectie op het stikstofpakket van het kabinet. De doorrekening bevestigt noodzaak om het stikstofpakket fors te verbeteren.]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2019/09/Natuur-en-Landschap-Melkvee-300x165.jpg/>'<p><strong>Vanavond publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar <a href="https://www.pbl.nl/actueel/nieuws/ambitieus-kabinetspakket-brengt-nieuw-stikstofdoel-binnen-bereik-maar-uitvoering-vraagt-uiterste-van-boeren-en" target="_blank" rel="nofollow">reflectie</a> op het </strong><a href="https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/bc6acef2-0bb5-4ea6-976d-c7630b45ac89" target="_blank" rel="nofollow"><strong>stikstofpakket</strong></a><strong> van het kabinet. Het PBL concludeert dat een generieke korting op productierechten van 5 tot 10% ‘vooralsnog nodig is’ voor doelbereik. Maar terecht zegt het PBL ook dat het risico van een generieke korting funest is voor boeren: geen enkele boer kan investeren in de toekomst van het bedrijf als onzeker is of dat bedrijf in de toekomst alsnog gedwongen moet krimpen. Het spreken over generieke krimp is onnodig, werkt averechts en is voor LTO onbespreekbaar. Koplopers moeten beloond worden; niet afgeremd door spookbeelden over gedwongen krimp. We vertrouwen erop dat de regering nogmaals bevestigt dat dit niet nodig is.</strong></p>
<p><strong>Onzekerheid<br />
</strong>Bij publicatie van het stikstofpakket benadrukte LVVN-minister Van Essen dat veel maatregelen verder uitgewerkt moeten worden. In de doorrekening van het PBL zijn deze maatregelen – zoals de invulling van zonering, de Veluweaanpak en de inzet op veldemissies – niet (of onvoldoende) meegenomen in de rekensommen. Op basis van die onvolledige set aan doorrekenbare maatregelen concludeert het PBL dat de stikstofdoelen binnen bereik komen, maar dat er een gat resteert. De sommenmakers van het PBL vegen die onzekerheid op één hoop: generieke korting. Een betekenisloze rekensom.</p>
<p><strong>Meer mogelijkheden<br />
</strong>Het raakt aan een belangrijke reden waarom LTO aan tafel zit en eist dat de plannen verbeterd worden. Boeren moeten meer mogelijkheden krijgen waaruit zij kunnen kiezen om de stikstofdoelen te halen. Meer maatregelen moeten concreet uitgewerkt worden. Er moeten, zo snel mogelijk, meer stalvloeren en -systemen beschikbaar komen die positief inrekenbaar en vergunbaar zijn. Al die maatregelen bij elkaar moeten ervoor zorgen dat boeren vanuit vakmanschap en ondernemerschap keuzes kunnen maken die passen bij het eigen bedrijf.</p>
<p>LTO heeft steeds benadrukt dat de stikstofaanpak pas geslaagd is als die aan drie basisvoorwaarden voldoet: 1) geen enkele boer die wil investeren in de toekomst van het bedrijf moet gedwongen worden om te stoppen, 2) boeren moeten ruimte krijgen om keuzes te maken die passen bij het eigen vakmanschap en het karakter van het eigen bedrijf, en 3) iedere boer die stappen wil zetten, moet perspectief hebben op een toekomstbestendigheid bedrijf waarmee een goede boterham verdiend kan worden.</p>
<p><strong>Niemand is gehouden aan het onmogelijke<br />
</strong>De PBL-reflectie laat zien dat het voldoen aan de normen en regels uit het stikstofpakket grote inspanningen van boeren vraagt die, in de woorden van het PBL: ‘<em>niet voor alle bedrijven financieel haalbaar zijn</em>’. Tegelijkertijd heeft de minister bij de presentatie van het stikstofpakket meermaals benadrukt dat niemand gehouden is aan het onmogelijke. Wat LTO betreft moet het stikstoffonds van 20 miljard euro dan ook prioriteit geven aan het financieel ondersteunen van boeren die emissiebeperkende maatregelen en/of aanpassingen in de bedrijfsvoering willen nemen. Dit budget moet zo geoormerkt worden dat boeren die willen investeren in extensivering, managementmaatregelen, innovatieve technieken of stalaanpassingen daarbij geholpen worden en daartoe in staat worden gesteld. Voor LTO was, is en blijft dat een prioriteit in onze gesprekken met het ministerie.</p>
<p><strong>Rechtszekerheid<br />
</strong>Als de overheid van boeren vraagt om te investeren in een toekomstbestendig bedrijf, dan moeten zij de zekerheid hebben dat zij ook vergunningen krijgen (en houden!) om die stappen te kunnen zetten. Zowel de <a href="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2025/07/Gezamenlijke-bouwsteen-emissiereductie-landbouw.pdf" target="_blank">Bouwsteen Emissiereductie</a> als de <a href="https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/bc6acef2-0bb5-4ea6-976d-c7630b45ac89" target="_blank" rel="nofollow">Kamerbrief van 26 juni</a> stelt dat provincies zo snel mogelijk plannen moeten opleveren waarmee additionaliteit wordt onderbouwd. Daarmee kan vergunningverlening weer los komen. LTO werkt graag met alle provincies samen om deze plannen uiterlijk 31 december van dit jaar op te leveren.</p>
<p>Boeren mogen afgerekend worden op datgene waarop zij invloed hebben: hun stikstofuitstoot. Niet op de stikstofneerslag op natuurgebieden kilometers verderop, en niet op de hele mix aan drukfactoren die bij elkaar bepalend zijn voor de staat van de natuur. Zoals het PBL ook aanstipt, is het daarbij wezenlijk hoe de ‘additionaliteitsvereiste’ wordt ingevuld. Boeren kunnen en mogen niet verantwoordelijk worden gemaakt voor KDW-doelen, voor andere drukfactoren en voor de kwaliteit van het natuurbeheer. Additionaliteit wordt wat LTO betreft ingevuld op basis van de emissiereductie uit het stikstofpakket. Op die basis moet vergunningverlening weer mogelijk worden. Voor deze cruciale onderwerpen laat de PBL-reflectie zien dat de stikstofaanpak verder uitgewerkt en verbeterd moet worden. Daar willen we vanuit LTO in de komende periode maximaal op inzetten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Betrek de land- en tuinbouw bij de investeringsagenda van het rapport-Wennink en de Talentstrategie            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/betrek-de-land-en-tuinbouw-bij-de-investeringsagenda-van-het-rapport-wennink-en-de-talentstrategie/            </link>
            <pubDate>
                Wed, 02 Sep 2026 18:31:44 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/betrek-de-land-en-tuinbouw-bij-de-investeringsagenda-van-het-rapport-wennink-en-de-talentstrategie/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Morgen debatteert de Tweede Kamer over het rapport-Wennink. LTO Nederland onderschrijft de centrale boodschap: Nederland moet investeren in innovatie, productiviteit en...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2025/09/Robotisering-landbouw-300x149.jpg/>'<p><strong>Morgen </strong><a href="https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/plenaire_vergaderingen/details/activiteit?id=2026A02501" target="_blank" rel="nofollow"><strong>debatteert</strong></a><strong> de Tweede Kamer over het <a href="https://www.rapportwennink.nl/" target="_blank" rel="nofollow">rapport-Wennink</a>, een onafhankelijk adviesrapport uit december 2025 over hoe Nederland haar economische groei en welvaart op de lange termijn kan veiligstellen. LTO Nederland onderschrijft de centrale boodschap: Nederland moet investeren in innovatie, productiviteit en toekomstig verdienvermogen om welvaart en publieke voorzieningen veilig te stellen. De land- en tuinbouw kan en wil hieraan een belangrijke bijdrage leveren. </strong></p>
<p>Nederland behoort wereldwijd tot de kopgroep op het gebied van plantenveredeling, glastuinbouw, robotisering, precisielandbouw, biotechnologie en data gedreven productie. Het rapport-Wennink erkent deze positie deels. In de verdere uitwerking verdient de agrifoodsector echter een nadrukkelijke plek.</p>
<p><strong>Innovatieve land- en tuinbouw als onderdeel van de oplossing<br />
</strong>LTO constateert dat het rapport-Wennink de bijdrage van de land- en tuinbouw slechts beperkt weergeeft. Het rapport noemt de Wageningen Foodvalley-campus, maar er zijn veel meer voorbeelden die laten zien dat de land- en tuinbouw een voorloper is in innovatie. Juist op terreinen als plantenveredeling, glastuinbouw, voedseltechnologie, robotisering, precisielandbouw en biotechnologie behoort Nederland wereldwijd tot de kopgroep.</p>
<p>Dat blijkt ook uit de eigen cijfers van het rapport-Wennink. Alleen al binnen het domein life sciences en biotechnologie dienden partijen voor agrifood vier flagship-voorstellen in met een gezamenlijk investeringspotentieel van bijna € 11 miljard: Food2040 Talent en Infrastructuur (€ 4,62 miljard, met een verwacht additioneel verdienvermogen van € 90 tot € 110 miljard), Robotics en AI in land- en tuinbouw (€ 1,89 miljard), Biotechnologie voor veredeling van gewassen en fokkerij (€ 1,89 miljard) en Bio- en procestechnologie voor nieuwe ingrediënten (€ 2,58 miljard). De plannen liggen dus klaar. Wenninks eigen analyse laat bovendien zien dat niet financiering de grootste blokkade vormt, maar vooral regelgeving, vergunningverlening en testcapaciteit.</p>
<p><strong>Van plan naar praktijk: versnelling in toelating, financiering en regelgeving</strong><br />
De uitdaging ligt niet alleen in nieuwe investeringen, maar vooral in de toepassing van innovaties in de praktijk. Technologie moet sneller kunnen worden getest, toegelaten en opgeschaald. De <a href="https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/226cd0ac-ad55-4264-9665-011e376e209e" target="_blank" rel="nofollow">contourenbrief Agrifood Innovatieagenda</a> van staatssecretaris Erkens biedt hiervoor belangrijke aanknopingspunten, onder meer met een garantiefonds voor landbouwrobots en een nationale innovatieagenda. LTO roept de Kamer op erop toe te zien dat deze plannen snel worden omgezet in concrete instrumenten waarmee ondernemers kunnen investeren, testen en opschalen.</p>
<p><strong>Zonder mensen geen innovatie</strong><strong><br />
</strong>Innovatie vraagt ook om vakmensen. Naast softwareontwikkelaars en data-experts zijn monteurs, servicetechnici, operators en ondernemers nodig die nieuwe technologie ontwikkelen, toepassen en onderhouden. Investeringen in technologie en vaardigheden moeten daarom hand in hand gaan.</p>
<p><strong>Talentstrategie<br />
</strong>Het kabinet heeft in aansluiting op het rapport-Wennink de <a href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/07/10/kabinet-lanceert-talentstrategie-voor-toekomstige-welvaart" target="_blank" rel="nofollow">Talentstrategie</a> ontwikkeld vanuit de constatering dat de arbeidsmarkt structureel krap blijft. De land- en tuinbouw is niet als afzonderlijk domein of prioritaire sector opgenomen in de Talentstrategie. LTO pleit niet voor een aparte landbouwpijler binnen de Talentstrategie maar dat groene kennis en agrarisch vakmanschap worden erkend als een belangrijke randvoorwaarde voor veel van de maatschappelijke en economische opgaven waarvoor de strategie is ontwikkeld.</p>
<p><strong>Strategische autonomie begint bij voedsel<br />
</strong>Voedselzekerheid is een essentieel onderdeel van de strategische autonomie van Nederland en Europa. Met de combinatie van primaire productie, technologieontwikkeling, machinebouw, data, logistiek en kennisontwikkeling beschikt Nederland over een unieke agrifoodketen.</p>
<p>LTO roept de Kamer daarom op om de innovatieve kracht van agrifood en agritech volwaardig te betrekken bij de verdere uitwerking van de investeringsagenda van het rapport-Wennink en de Talentstrategie. Daarmee investeert Nederland in productiviteit, voedselzekerheid, strategische autonomie en brede welvaart.</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Communicatie met waterschap is superbelangrijk            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/communicatie-met-waterschap-is-superbelangrijk/            </link>
            <pubDate>
                Wed, 02 Sep 2026 14:47:38 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/communicatie-met-waterschap-is-superbelangrijk/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[dinsdag 01 september, 2026 Ik heb het idee dat ondernemers in de boomkwekerij dit droge en hete seizoen redelijk zijn doorgekomen. Het is per gebied wel echt verschillend. Dit seizoen heeft ons geleerd dat communicatie met je waterschap superbelangrijk is. De communicatie is superbelangrijk omdat je moet weten welke maatregelen een waterschap moet treffen vanwege [&hellip;]]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/07/csm_ErikStuurbrink-500x500_18ead16aa4-300x300.jpg/>'<header>
<h1><span style="color: #333333; font-family: Georgia, 'Times New Roman', 'Bitstream Charter', Times, serif; font-size: 16px;">dinsdag 01 september, 2026</span></h1>
</header>
<div class="teaser-text">
<p><strong>Ik heb het idee dat ondernemers in de boomkwekerij dit droge en hete seizoen redelijk zijn doorgekomen. Het is per gebied wel echt verschillend. Dit seizoen heeft ons geleerd dat communicatie met je waterschap superbelangrijk is.</strong></p>
</div>
<div class="news-text-wrap">
<p>De communicatie is superbelangrijk omdat je moet weten welke maatregelen een waterschap moet treffen vanwege droogte. Zulke maatregelen kunnen pijn doen. Zoals onttrekkingsverboden oppervlaktewater. Een teler belde mij tijdens de droogte hierover op; hij mocht zijn planten niet meer met oppervlaktewater beregenen en vroeg wat LTO hieraan kon doen.</p>
<p>Ik snap dat het die teler pijn deed, maar water heeft tijdens droogte nu eenmaal allerlei prioriteiten: er gaat dan een waterverdeling in, wat heeft de hoogste prioriteit en wat heeft minder prioriteit? Officieel heet het de verdringingsreeks om schaars zoetwater eerlijk te verdelen. De land- en tuinbouw staat helaas niet bovenaan die reeks.</p>
<p>Als landelijke LTO of vakgroep kunnen we niets met maatregelen die een waterschap vanwege droogte moet nemen. Vaak worden namelijk regionale of plaatselijke maatregelen getroffen. Ieder gebied heeft zijn eigen uitdagingen; dat heeft bijvoorbeeld te maken met de grondsoort en de aanwezigheid van watervoerende sloten. Zo is er een groot verschil tussen het beheersgebied van Rivierenland waarin boomteeltregio Opheusden ligt, Rijnland met Boskoop en Brabantse Delta met Zundert.</p>
<p><strong>Essentieel onderdeel convenant Gewasbescherming<br />
</strong>LTO zit natuurlijk wel aan tafel met de Unie van Waterschappen, niet alleen ten tijde van droogte (of wateroverlast), maar ook betreft het verbeteren van waterkwaliteit als essentieel onderdeel van het convenant Gewasbescherming.</p>
<p>Je hebt wel een ondernemersrisico: wat als je je watermanagement tijdens droogte niet voor elkaar hebt? Als teler moet je er wel over hebben nagedacht. Hoe ga je ermee om? Hoe voorzie je je teelten dan van water? Hoe informeert het waterschap mij? Er zijn allerlei app-groepen en nieuwsbrieven van waterschappen waarmee je je kunt laten informeren. Zorg dat je betreft water regionaal bent georiënteerd en kennis deelt.</p>
<p><strong>Effect op plantmateriaal<br />
</strong>Vanwege de regen is het nu niet meer aan de orde, maar ik denk dat er door de droogte hier en daar toch wel gewasschade is. Als je bijvoorbeeld van zoetwater naar zoutwater gaat: bepaalde producten hebben daar een hekel aan. Als je visueel aantrekkelijke boomkwekerijproducten kweekt en de verzilting slaat toe: dan heeft dat helaas effect op het plantmateriaal.</p>
<p>De boomkwekerij is dit seizoen redelijk doorgekomen, maar wat ik het allerbelangrijkst vind: de investeringen die ondernemers de afgelopen jaren in druppelirrigatie en peilgestuurde drainage hebben gedaan, hebben zich nu wel uitbetaald. Dat heeft dit seizoen bevestigd: de manier waarop je waterbesparende maatregelen hebt getroffen, en ook watersturende maatregelen. Hierdoor heb je veel minder water nodig dan dat je gebruikt. Je pompt minder grondwater op en je kunt er een langere periode van profiteren.</p>
<p>Er zijn ook bedrijven die noodbassins hebben aangelegd, en deze met water uit tanks aangevuld dat van elders is gekomen. Op deze manier zijn je kosten wel gestegen, maar uiteindelijk staat je product nog wel. Dit seizoen is ook niet eenmalig. Droogteperioden zullen in de toekomst meer voorkomen. Denk erover na en bepaal je investering.</p>
<p><strong>Erik Stuurbrink</strong></p>
<p>Voorzitter LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen</p>
</div>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Schapensector overhandigt actieplan ‘Kracht van de kudde’ aan minister Van Essen            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/schapensector-overhandigt-actieplan-kracht-van-de-kudde-aan-minister-van-essen/            </link>
            <pubDate>
                Wed, 02 Sep 2026 13:22:58 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/schapensector-overhandigt-actieplan-kracht-van-de-kudde-aan-minister-van-essen/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Vertegenwoordigers van de Nederlandse schapensector spraken dinsdag 1 september met minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over de toekomst van de sector. Tijdens het gesprek bespraken zij het actieplan ‘Kracht van de kudde’ en de voorgestelde maatregelen. Het actieplan is opgesteld door partijen uit de schapensector en bouwt voort op een [&hellip;]]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-300x200.jpg/>'<p><strong>Vertegenwoordigers van de Nederlandse schapensector spraken dinsdag 1 september met minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over de toekomst van de sector. Tijdens het gesprek bespraken zij het actieplan ‘Kracht van de kudde’ en de voorgestelde maatregelen.</strong></p>
<p>Het actieplan is opgesteld door partijen uit de schapensector en bouwt voort op een reeks rondetafelgesprekken. Het onderstreept de betekenis van schapenhouderij voor voedselproductie, natuur- en landschapsbeheer, biodiversiteit en de leefbaarheid van het platteland. Tegelijk staat de sector onder druk door onder meer een kwetsbaar verdienmodel en beperkte toegang tot grond.</p>
<p>De voorstellen richten zich op zes samenhangende onderwerpen: versterking van de organisatiekracht van de sector, betere pachtmogelijkheden, een stabielere basis voor begrazingskuddes, benutting van wol als biobased bouwmateriaal, passende mest- en stikstofregels en betere inzet van grondinstrumenten. De sector wil de komende periode samen met LVVN en andere betrokken partijen werken aan concrete vervolgstappen.</p>
<p><img fetchpriority="high" decoding="async" class="alignnone size-medium wp-image-21396" src="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-300x200.jpg" alt="" width="300" height="200" srcset="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-300x200.jpg 300w, https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-1024x684.jpg 1024w, https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-768x513.jpg 768w, https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-250x167.jpg 250w, https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-600x401.jpg 600w, https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde-900x601.jpg 900w, https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/schapen-kudde.jpg 1384w" sizes="(max-width: 300px) 100vw, 300px" /></p>
<p><em>Foto: gesprek tussen vertegenwoordigers van de schapensector en de minister van LVVN. V.l.n.r. Helma Lodders (Vee &amp; Logistiek), Gitta Backer (KSG), Bart Krol (onafhankelijk procesbegeleider actieplan), Hendrik de Leeuw (LTO), Reinard Everts (NSFO), Saskia Cahuzak (LTO), minister Van Essen (LVVN), Marijke Dirkson (VGSN), Kostijn van Ginkel (LTO), Nico Verduin. Beeld: ministerie van LVVN. </em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                PBL bevestigt zorgen over onvolledig Natuurplan, maar loopt vooruit op ingrijpende keuzes            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/pbl-bevestigt-zorgen-over-onvolledig-natuurplan-maar-loopt-vooruit-op-ingrijpende-keuzes/            </link>
            <pubDate>
                Wed, 02 Sep 2026 13:16:18 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/pbl-bevestigt-zorgen-over-onvolledig-natuurplan-maar-loopt-vooruit-op-ingrijpende-keuzes/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigt in zijn vandaag verschenen reflectie op het Ontwerp-Natuurplan een aantal belangrijke zorgen die LTO Nederland eerder heeft geuit...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2019/09/Natuur-en-Landschap-Grasland-Wei-200x300.jpg/>'<p><b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigt in de vandaag verschenen reflectie op het Ontwerp-Natuurplan een aantal belangrijke zorgen die LTO Nederland eerder heeft geuit. De resterende natuurherstelopgaven zijn nog onvoldoende concreet, mogelijke maatregelen en alternatieven zijn niet uitgewerkt en de maatschappelijke gevolgen zijn nog niet inzichtelijk. Daarmee ondersteunt de reflectie de oproep van LTO aan de Tweede Kamer om bij het debat van 3 september geen onomkeerbare stappen te zetten zolang deze onderbouwing ontbreekt.</span></b></p>
<p><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Tegelijkertijd trekt PBL op enkele punten conclusies over natuuruitbreiding, extensivering van landbouw en de inzet van dwingende instrumenten waarvoor volgens LTO eerst veel meer onderzoek en juridische onderbouwing nodig is.</span></p>
<p><b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Ontwerp-Natuurplan nog onvoldoende uitgewerkt</span></b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;"><br />
De PBL-reflectie bevestigt de kern van de LTO-kritiek: het Ontwerp-Natuurplan is in de huidige vorm onvoldoende onderbouwd en uitgewerkt om als basis te dienen voor verdere beleidsmatige, juridische of ruimtelijke keuzes die boeren en landbouwgrond raken.</span></p>
<p><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Volgens PBL zijn de resterende natuurherstelopgaven nog onvoldoende concreet en ontbreken duidelijke keuzes over maatregelen, instrumenten en uitvoering. Ook de maatschappelijke gevolgen zijn nog niet goed in beeld. Dat sluit volledig aan bij de inzet van LTO: eerst moet per onderdeel van de Natuurherstelverordening duidelijk worden wat Europa daadwerkelijk verplicht, wat Nederland al doet en welke aanvullende opgave daarna aantoonbaar resteert. </span><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Bestaande prestaties van boeren, zoals ANLb, eco-regelingen en landschapsbeheer, moeten daarbij volledig meetellen.</span></p>
<p><b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Natuurherstel vraagt om gebiedsspecifieke aanpak</span></b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;"><br />
Positief is dat PBL natuurherstel niet terugbrengt tot één drukfactor. Waterhuishouding, nutriënten, stikstof, gewasbescherming, versnippering en andere factoren moeten in samenhang worden bekeken.</span></p>
<p><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Voor LTO betekent dit dat per gebied moet worden vastgesteld wat natuurherstel daadwerkelijk belemmert en welke maatregel daar effectief is. Een generieke maatregel voor alle boeren rond natuurgebieden past daar niet bij.</span></p>
<p><b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Geen onomkeerbare keuzes voordat analyse is afgerond</span></b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;"><br />
LTO is kritisch op de stap die PBL vervolgens zelf zet. PBL constateert terecht dat de restopgave, de onderliggende analyse en de keuze van maatregelen nog onvoldoende zijn uitgewerkt, maar suggereert tegelijkertijd al dat uitbreiding van natuurareaal, vergaande extensivering, herinrichting en zelfs onteigening nodig kunnen zijn.</span></p>
<p><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Die conclusie is volgens LTO niet te trekken zolang de ecologische en juridische grondslag nog niet deugdelijk is vastgesteld. Meer hectares natuur leveren bovendien niet automatisch een betere habitatkwaliteit op. </span><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Eerst moet op basis van transparante en vooraf kenbare criteria worden bepaald wat de feitelijke opgave is, welke drukfactoren bepalend zijn, wat bestaand beleid al oplevert en welke maatregelen aantoonbaar effectief zijn. Pas daarna kan worden beoordeeld of extra areaal of ander grondgebruik überhaupt nodig is.</span></p>
<p><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">LTO wil voorkomen dat ruimtelijke keuzes al impliciet worden ingekleurd voordat de analyse is afgerond en alternatieven gelijkwaardig zijn onderzocht. De PBL-reflectie bevestigt daarmee vooral hoeveel nog moet worden uitgezocht. </span><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Dat ondersteunt de oproep van LTO aan de Tweede Kamer voor het debat van 3 september: geef voorlopige kaarten, zoneringen en nog niet uitgewerkte maatregelen geen vooruitlopende werking.</span></p>
<p><b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;">Eerst aantonen wat nodig is, daarna besluiten</span></b><span style="font-size: 11.0pt; font-family: 'Fira Sans',sans-serif;"><br />
De inzet van LTO blijft helder: eerst aantonen wat werkelijk nodig is, daarna pas besluiten over maatregelen die boeren en landbouwgrond raken.</span></p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Oproep aan Tweede Kamer: Zet geen onomkeerbare stappen voor boeren en tuinders met een onvolledig Natuurplan            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/oproep-aan-tweede-kamer-zet-geen-onomkeerbare-stappen-voor-boeren-en-tuinders-met-een-onvolledig-natuurplan/            </link>
            <pubDate>
                Tue, 01 Sep 2026 13:05:33 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/oproep-aan-tweede-kamer-zet-geen-onomkeerbare-stappen-voor-boeren-en-tuinders-met-een-onvolledig-natuurplan/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Op woensdag 3 september debatteert de Tweede Kamer over het Ontwerp-Natuurplan en de Uitvoeringswet voor de Europese Natuurherstelverordening (NHV)...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/01/noord-holland-143-300x225.jpg/>'<p><strong>Op woensdag 3 september debatteert de Tweede Kamer over het <a href="https://ikregeer.nl/tweede-kamer/document/2026D33117" target="_blank" rel="nofollow">Ontwerp-Natuurplan</a> en de <a href="https://www.internetconsultatie.nl/natuurherstelverordening/b1#sectie-waarkuntuopreageren" target="_blank" rel="nofollow">Uitvoeringswet</a> voor de Europese Natuurherstelverordening (NHV). Deze Europese verordening verplicht lidstaten om natuur en biodiversiteit te herstellen en achteruitgang van natuurgebieden tegen te gaan. De manier waarop Nederland deze regels uitwerkt, kan grote gevolgen hebben voor boeren en tuinders.  </strong></p>
<p>LTO Nederland vindt dat de Kamer nu geen besluiten moet nemen waarvan de gevolgen voor agrarische ondernemers nog onvoldoende duidelijk zijn. Het Ontwerp-Natuurplan is ingediend terwijl belangrijke onderzoeken en beoordelingen (het plan-MER, de publieksconsultatie, de PBL-reflectie en uitvoeringstoetsen) nog niet zijn afgerond. Ook ontbreekt een complete analyse van de effecten op inkomen, grondwaarde, investeringsruimte, voedselproductie en regionale ketens.</p>
<p>LTO roept de Kamer daarom op om:</p>
<ul>
<li>eerst duidelijk te maken welke Europese verplichtingen er daadwerkelijk liggen en welke opgaven daarna nog overblijven;</li>
<li>bestaande inspanningen van boeren volledig mee te tellen, zoals agrarisch natuurbeheer, ANLb, eco-regelingen en landschapsbeheer;</li>
<li>geen maatregelen op te leggen zonder goede ecologische, juridische en economische onderbouwing;</li>
<li>voorlopige kaarten, zonering en andere maatregelen niet vooruit te laten werken in vergunningverlening, grondbeleid of gebiedsprocessen;</li>
<li>de Uitvoeringswet pas te behandelen wanneer ook de uitvoeringsregels en gevolgen voor boeren, grondeigenaren en pachters bekend zijn;</li>
<li>vrijwillige prestaties niet om te zetten in verplichte normen zonder duidelijke wettelijke basis, passende vergoeding en rechtsbescherming;</li>
<li>het definitieve Natuurplan opnieuw aan de Kamer voor te leggen voordat Nederland het vaststelt.</li>
</ul>
<p>Voor LTO staat één uitgangspunt centraal: boeren moeten vooraf weten waar zij aan toe zijn. Natuurherstel kan alleen slagen als er duidelijkheid is over gevolgen, financiering, compensatie en toekomstperspectief. Natuurbeleid mag niet opnieuw leiden tot onzekerheid op het erf. Daarom moet eerst de rechtszekerheid en economische ontwikkelruimte van boeren en tuinders worden geborgd, voordat nieuwe verplichtingen worden vastgesteld.</p>
<p><a href="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/Inbreng-LTO-Nederland-t.b.v.-CD-Ontwerp-Natuurplan.pdf" target="_blank">Inbreng LTO Nederland t.b.v. CD Ontwerp-Natuurplan</a></p>
<p><a href="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/10-punten-voor-het-commissiedebat-Ontwerp-Natuurplan.pdf" target="_blank">10 punten voor het commissiedebat Ontwerp-Natuurplan</a></p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Aanmelding Nmin-najaarsmetingen 2026 geopend            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/aanmelding-nmin-najaarsmetingen-2026-geopend/            </link>
            <pubDate>
                Tue, 01 Sep 2026 12:26:57 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/aanmelding-nmin-najaarsmetingen-2026-geopend/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[Agrariërs met bouw- en/of grasland kunnen zich vanaf dinsdag 1 september aanmelden voor de Nmin-najaarsmetingen 2026 op www.Nminmeting.nl...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/09/nminmeting-Identiteit-300x160.jpg/>'<p><strong>Agrariërs met bouw- en/of grasland kunnen zich vanaf dinsdag 1 september aanmelden voor de Nmin-najaarsmetingen 2026 op <a href="http://www.Nminmeting.nl" target="_blank" rel="nofollow">www.Nminmeting.nl</a>. Met deze gratis meting kunnen deelnemers zien hoeveel minerale stikstof er na de oogst nog in hun bodem aanwezig is.  Aanmelden kan tot 15 oktober 2026, zolang er meetcapaciteit beschikbaar is.</strong></p>
<p><strong>Slim boeren begint met weten<br />
</strong>Je kunt pas sturen als je weet wat er in de bodem gebeurt. Met een Nmin-meting ontdekt een agrariër hoeveel minerale stikstof er na de oogst nog in de bodem aanwezig is. Die kennis helpt om betere keuzes te maken voor bemesting, bouwplan en waterkwaliteit. Zo ontstaat meer inzicht in de bodem en daarmee meer grip op de teelt, wat bijdraagt aan een toekomstbestendige bedrijfsvoering.</p>
<p>Tineke de Vries, voorzitter vakgroep Akkerbouw bij LTO Nederland: “Meten is weten, zeker als het om stikstof gaat. Een Nmin-meting laat zien wat de bodem al levert en waar nog winst te behalen is. Zo maak je van ieder groeiseizoen een kans om de stikstofbenutting verder te verbeteren&#8221;.</p>
<p><strong>Wat levert een Nmin-meting op? </strong></p>
<ul>
<li>Inzicht in hoeveel stikstof er na de oogst in de bodem achterblijft</li>
<li>Meer grip op de bemestingsstrategie, bouwplan en gewasrotatie</li>
<li>Zicht op welke maatregelen op het eigen bedrijf effect hebben</li>
<li>Vermijden van onnodig stikstofverlies en nitraatuitspoeling</li>
<li>Handvatten voor bouwplan en gewasrotatie</li>
<li>Kennis over de gemeten percelen</li>
</ul>
<p><strong>Hoe werkt het?<br />
</strong>Deelname is eenvoudig en gratis. Na aanmelding op de website <a href="http://www.Nminmeting.nl" target="_blank" rel="nofollow">www.Nminmeting.nl</a> kunnen deelnemers aangeven met welke percelen zij willen meedoen en een laboratorium kiezen dat de meting uitvoert. Er geldt geen maximum voor het aantal percelen. Na de oogst worden de monsters genomen volgens een vastgesteld meetprotocol. De resultaten verschijnen vervolgens automatisch in de Nmin-tool, die is te vinden op de website. Hier kunnen deelnemers hun eigen meetresultaten bekijken.</p>
<p><strong>Veilig omgaan met gegevens  </strong><em><br />
</em>De meetresultaten zijn alleen zichtbaar voor de deelnemer zelf. Alleen met toestemming van de deelnemer kunnen uitslagen anoniem worden gebruikt voor analyses en onderzoek door de sector. Bedrijfs- en meetgegevens worden niet gedeeld met de overheid.</p>
<p><strong>Deelname en aanmelden<br />
</strong>Deelname is in 2026 gratis, zolang er capaciteit beschikbaar is. De metingen vinden plaats van 15 oktober tot en met 30 november 2026. Wie verzekerd wil zijn van deelname doet er goed aan zich zo snel mogelijk aan te melden via  <a href="https://www.nminmeting.nl/" target="_blank" rel="nofollow">www.Nminmeting.nl</a>.</p>
<p>De Nmin-najaarsmeting is een initiatief van LTO, NAJK en BO Akkerbouw. De metingen worden gefinancierd door het Ministerie van LVVN.</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                Herbeoordeling eco-regeling 2025: 386 boeren ontvangen hogere vergoeding            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/herbeoordeling-eco-regeling-2025-386-boeren-ontvangen-hogere-vergoeding/            </link>
            <pubDate>
                Mon, 31 Aug 2026 13:30:03 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/herbeoordeling-eco-regeling-2025-386-boeren-ontvangen-hogere-vergoeding/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[In antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Jan Arie Koorevaar (CDA) aan LVVN geeft minister Van Essen (LVVN) aan dat 386 boeren alsnog een hogere vergoeding krijgen voor hun deelname...]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/08/landschap-560x400-1-300x214.webp/>'<p><strong>In antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Jan Arie Koorevaar (CDA) aan LVVN geeft minister Van Essen (LVVN) aan dat 386 boeren alsnog een hogere vergoeding krijgen voor hun deelname aan de eco-regeling 2025.</strong></p>
<p>LTO drong afgelopen voorjaar aan op herbeoordeling, omdat bodembedekking door dood, dor en/of geklepeld gewas niet goed is beoordeeld door het nieuwe AMS-satellietsysteem. Na de inzet van Koorevaar en LTO heeft de RVO vervolgens 1.345 eco-activiteiten (groenbedekking) opnieuw door mensen laten beoordelen. Een flink aantal dus met positief gevolg voor de betrokken boeren.</p>
<p><strong>Ruim 5.000 bezwaren nog in behandeling<br />
</strong>Ondertussen heeft de RVO óók nog ruim 5.000 bezwaren tegen GLB-beschikkingen 2025 in behandeling. LTO ontvangt signalen van leden dat de RVO veel tijd nodig heeft om bezwaren te behandelen en vindt dit zorgelijk. Boeren moeten weten waar ze aan toe zijn.</p>
<p>LTO concludeert ook dat de zorgen over de nieuwe beoordelingssystematiek terecht blijken te zijn. Satellietbeelden en algoritmen geven vaak geen goed beeld van bodembedekking als er sprake is van verdroogd, gemaaid, geklepeld of doorgevroren gewas. Menselijke interpretatie van satellietbeelden blijft belangrijk. LTO blijft dit dus kritisch volgen.</p>
<p><strong>Verzamel bewijsmateriaal en claim overmacht<br />
</strong>LTO adviseert boeren om zelf goed bewijsmateriaal te verzamelen en, als een eco-activiteit door weersomstandigheden niet uit de verf komt, overmacht te claimen.</p>
<p>Minister Van Essen heeft intussen al aan de Tweede Kamer laten weten dat voor 2026 overmacht in sommige gevallen in ieder geval geldt. Dit betreft onder meer de eco-activiteiten groenbemesting en vroeg oogsten, en conditionaliteit 6: bodembedekking op klei tussen 1 augustus en 30 november en wanneer een perceel uit productie is genomen.</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
                <item>
            <title>
                LTO vraagt aandacht voor seizoensarbeid in reactie op wetsvoorstel passende huurcontracten            </title>
            <link>
            https://www.lto.nl/lto-vraagt-aandacht-voor-seizoensarbeid-in-reactie-op-wetsvoorstel-passende-huurcontracten/            </link>
            <pubDate>
                Fri, 28 Aug 2026 11:37:28 +0000            </pubDate>
            <guid isPermaLink="true">
                https://www.lto.nl/lto-vraagt-aandacht-voor-seizoensarbeid-in-reactie-op-wetsvoorstel-passende-huurcontracten/            </guid>
            <description>
                <![CDATA[LTO Nederland heeft gereageerd op de internetconsultatie over het wetsvoorstel passende huurcontracten.]]>
            </description>
            <content:encoded>
                <![CDATA[<img src='https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2022/10/fruitteler-40-1920x1280_72-300x200.jpg/>'<p><strong>LTO Nederland heeft gereageerd op <a href="https://www.lto.nl/wp-content/uploads/2026/08/Reactie-Internetconsultatie-passende-huurcontracten-LTO-def.pdf" target="_blank">de internetconsultatie</a> over het wetsvoorstel passende huurcontracten. We steunen het doel om huurders beter te beschermen tegen oneigenlijk gebruik van tijdelijke huurconstructies, maar vragen daarbij nadrukkelijk aandacht voor internationale werknemers die tijdelijk in Nederland verblijven voor seizoensarbeid.</strong></p>
<p>Het wetsvoorstel maakt nog onvoldoende onderscheid tussen internationale medewerkers die langdurig in Nederland wonen en werknemers die slechts enkele weken tot maanden in Nederland werken. Voor deze laatste groep past een regulier huurcontract met volledige huurbescherming niet bij de tijdelijke aard van werk en verblijf. Seizoensarbeid vraagt om een aparte contractvorm die aansluit bij de feitelijke duur van het seizoen en voorkomt dat passende huisvesting onder druk komt te staan.</p>
<p>Hoewel huurwetgeving werknemers moet beschermen, moet het ook ruimte bieden voor de praktijk van seizoensarbeid. Daarom vragen wij het ministerie rekening te houden met tijdelijke huisvesting voor internationale medewerkers, met duidelijke afspraken over huurprijs, kwaliteit, certificering, handhaving en een passende opzegtermijn.</p>
<p>Daarnaast reageren we op de voorgestelde beperking van korte verhuur tot dertig nachten. Die termijn sluit onvoldoende aan bij de praktijk van piek- en seizoensarbeid, waarbij werknemers vaak twee tot zes maanden verblijven en in sommige teelten tot maximaal negen maanden. Door weers- en marktomstandigheden is bovendien flexibiliteit in de planning nodig. Een te strikte begrenzing kan leiden tot minder beschikbare huisvesting en extra druk op de reguliere woningmarkt. Daarom vragen wij om een aparte, helder afgebakende contractvorm die tijdelijk verblijf mogelijk maakt voor de feitelijke duur van het seizoen.</p>
<p>Verder benadrukken we dat kwalitatieve, gecertificeerde huisvesting op of nabij het agrarisch bedrijf belangrijk is voor medewerkers in onze sector. Wetgeving moet investeringen daarin ondersteunen en in elk geval niet ontmoedigen. Veel ondernemers hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in huisvesting die voldoet aan erkende kwaliteitsnormen, zoals het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF). Deze huisvesting vermindert de druk op de reguliere woningmarkt en maakt goed beheer en toezicht mogelijk. Daarom vragen we om een duidelijke overgangsregeling en voldoende zekerheid voor bestaande, vergunde huisvestingslocaties die aan de geldende kwaliteitseisen voldoen.</p>
]]>
            </content:encoded>
                                </item>
            </channel>
</rss>
