Ondernemen in een gezonde omgeving

Het platteland zal de komende jaren ingrijpend veranderen als gevolg van bijvoorbeeld bevolkingskrimp, de trek van mensen naar het stedelijk gebied en het verlies aan economische bedrijvigheid en voorzieningen in het landelijk gebied. Boeren en tuinders dragen bij aan een goede toekomst van het landelijk gebied.

De portefeuille Ondernemen in een Gezonde Omgeving richt zich daarom, in nauwe verbinding met andere portefeuilles en sectoren, op de thema’s leefomgeving en ruimtelijke ordening. Er wordt bijgedragen aan goed beleid over onderwerpen zoals de leefbaarheid van het platteland, emissies van ammoniak/stikstof, geur, fijnstof, en de relatie tussen land- en tuinbouw en omwonenden. Ook de uitdagingen rondom veenweidegebieden staan op de agenda.

Ondernemen in een Gezonde Omgeving
Nederlandse boeren en tuinders zetten zich niet alleen in voor voedselproductie en andere groene producten, ze leveren ook een belangrijke bijdrage aan het effectief aanpakken van vraagstukken in onze leefomgeving, zoals leefbaarheid en landschapskwaliteit; klimaatverandering en biodiversiteit; en water-, bodem,- en luchtkwaliteit.

Uit stallen en bij het uitrijden van mest komt ammoniak, een verbinding van waterstof en stikstof, vrij. Een teveel aan ammoniak schaadt het milieu. De veehouderij heeft de ammoniakemissie sinds 1990 met 67% teruggebracht. Stikstofverbindingen komen ook vrij uit woningbouw, infrastructuur, industrie en verkeer. Er wordt gewerkt aan nieuw beleid rondom stikstof, omdat de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof in 2019 heeft ontmanteld.

Overlast van geur wordt steeds minder geaccepteerd. Boeren investeren daarom in  bijvoorbeeld stalsystemen die minder geur uitstoten . Geurregelgeving bepaalt voor een substantieel deel de mogelijkheden van bedrijfsontwikkeling voor de intensieve veehouderij.

21% van de fijnstofemissie (PM10) in Nederland is afkomstig uit de land- en tuinbouw. De emissie in de leghennenhouderij steeg door de omslag naar het scharrelsysteem. De grotere fijnstofemissie is dus het gevolg van de maatschappelijke behoefte om geen kooisystemen, ook wel bekend als legbatterijen, te gebruiken.

In de veenweidegebieden komt een aantal complexe uitdagingen samen: bodemdaling, broeikasgasemissies, kosten van watermanagement en ruimteclaims.

Ambitie LTO Nederland
LTO Nederland vindt dat de kracht van de land- en tuinbouw centraal moet staan in het omgevingsbeleid. Agrarische bedrijven hebben zich de afgelopen jaren op diverse manieren ontwikkeld om ook in de toekomst te kunnen ondernemen in een gezonde omgeving. De inzet van LTO Nederland is er op gericht om alle emissies de komende jaren te verminderen. Het heeft de voorkeur om dat te doen met maatregelen aan de bron. Een beter stalklimaat zorgt er voor dat dit niet alleen beter is voor de omgeving maar ook voor de dieren en de boer. We willen daarbij steeds meer gebruik maken van innovatieve instrumenten zoals realtime monitoring zodat de boer meer mogelijkheden krijgt om zijn emissies te beïnvloeden en daarvoor ook beloond wordt.

Daarnaast moeten stalsystemen integraal duurzaam zijn. LTO Nederland kjikt ook naar aspecten als dierenwelzijn, brandveiligheid, energie, klimaat en technische resultaten.

Rondom alle onderwerpen die zijn gerelateerd aan ruimtelijke ordering en omgeving vraagt LTO Nederland aandacht voor de diversiteit van de sector, de oplossingen die boeren en tuinders bieden, en de dilemma’s die onlosmakelijk met voedselproductie zijn verbonden.

Nieuws uit deze portefeuille

Abonneer op deze portefeuille