Sector: tussenevaluatie gewasbescherming PBL schetst eenzijdig beeld

Ondernemers in de Nederlandse land- en tuinbouwsector werken hard aan de verdere verduurzaming van gewasbescherming. En niet zonder resultaat, zo blijkt uit onder meer de dalende milieulast en emissies. LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, KAVB en NFO herkennen zich dan ook niet in de negatieve teneur in de vandaag door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gepresenteerde tussenevaluatie van de 2e Nota Duurzame Gewasbescherming. Deze evaluatie zou inzicht moeten bieden in de voortgang van de gestelde doelen in 2018 en de effectiviteit van het hiertoe ingezette beleid. Helaas schiet het rapport hierin tekort, waardoor de evaluatie de sector én overheid niet verder helpt in verdere verduurzaming van gewasbescherming richting 2023, het eindjaar van de nota.

Tussendoelen
Het rapport stelt dat de meeste tussendoelen niet zijn gehaald. Zo wordt geconcludeerd dat het aantal normoverschrijdingen in het oppervlaktewater slechts met 15% is verminderd ten opzichte van 2013. Dit is echter berekend over de jaren 2015 tot en met 2017 en zegt dus niets over het wel of niet realiseren van een halvering in 2018. Uit het speciaal voor deze monitoring opgerichte meetnet blijkt bovendien dat het daadwerkelijk gemeten aantal normoverschrijdingen in 2017 al rond de beoogde 50% vermindering zit.

In het rapport wordt biodiversiteit versimpeld tot het aantal akkerranden en het gebruik van chemische gewasbescherming. Een veel te eenzijdige benadering, die bovendien relaties veronderstelt die wetenschappelijk nog moeten worden onderzocht. Een duidelijke onderbouwing ontbreekt, de sector zet daarom vraagtekens bij de objectiviteit van dit eenzijdige beeld. Op dit moment wordt mede op initiatief van de sector een biodiversiteitsmonitor voor de plantaardige sectoren ontwikkeld die voor meer inzicht moet zorgen.

Werk aan de winkel
LTO Nederland en gelieerde sectororganisaties onderschrijven dat er nog werk aan de winkel is. Om de ambities te realiseren is inspanning vereist. Regelmatige monitoring en evaluatie kunnen daarin sturing geven, mits daarbij ook goed gekeken wordt naar de factoren die van invloed zijn op behaalde prestaties. Helaas blijft het rapport ook hier in gebreke. Vertragingen in implementatie van beleid dat voorzien was tussen 2013 en 2017, zoals de invoer van de zuiveringsplicht voor de glastuinbouw, blijven onderbelicht.

In de vooruitblik naar benodigd beleid voor realisatie van de doelen voor 2023 wordt vooral aangestuurd op inperking van middelen en toelatingen, strengere eisen aan techniek, en hogere kosten van chemie. Dat zal het aantal knelpunten in beheersing van ziekten en plagen alleen maar groter maken. Ondernemers in de land- en tuinbouw verwachten van de overheid een juist ook stimulerend en faciliterend beleid, dat bijdraagt aan de gewenste richting: ontwikkeling van weerbare rassen en teeltsystemen, en beschikbaarheid van een voldoende gevulde gereedschapskist om zo nodig te kunnen bijsturen zonder de natuurlijke balans te verstoren.

De praktijk is al veel verder met duurzame gewasbescherming dan het rapport doet voorkomen. In het onderzoek is uitgegaan van maatregelen die in 2012 beschikbaar waren. De gigantische innovatie in geïntegreerde, duurzame gewasbescherming blijft daarmee buiten beeld. Nederlandse bedrijven worden vanuit de hele wereld bezocht om van deze innovatieve teeltsystemen te leren, waarbij een integrale aanpak met aandacht voor milieu en omgeving voorop staat. Om die positie vast te houden zijn de sector én de overheid gebaat bij een evaluatie die telers motiveert zich te blijven inzetten voor verdere verduurzaming.

Dit vraagt óók om erkenning van de inspanningen van de sector tot nu toe, zoals weergegeven in de op 20 juni jl. uitgebrachte publicatie ‘Duurzame gewasbescherming; Land- en tuinbouw op koers’.

21 juni 2019

BRON:
LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, KAVB en NFO
Naar boven