,,De inkomens van boeren en tuinders waren in 2009 dramatisch laag, maar de sector toont dynamiek en veerkracht. De eerste helft van dit jaar laat een licht herstel zien, al verschilt dat per sector. De agro-sector draagt met dat herstel bij aan een oplossing van de economische crisis”, zegt voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland in een reactie op het vanmiddag in Den Haag gepresenteerde Landbouw-Economisch Bericht 2010.
Het LEB van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI Wageningen UR) geeft een overzicht van de gang van zaken in de land- en tuinbouw in het afgelopen jaar en schetst ontwikkelingen op Europese en mondiale schaal.Boeren en tuinders produceerden vorig jaar weliswaar meer (3 procent) dan in 2008, maar de prijzen kelderden met gemiddeld met 8 procent. De productie-waarde van de agrarische sector ging fors omlaag (5 procent). De gemiddelde inkomens van boeren en tuinders bereikten een dieptepunt: het LEI schat dat op 4.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. In 2008 was dat nog bijna 25.000 euro.
Maat benadrukt het economisch belang van de agrosector. ,,De waarde van de Nederlandse agrarische export is vorig jaar weliswaar gedaald, maar het agrarisch handelssaldo bleef vrijwel op hetzelfde niveau (ruim 23 miljard euro). De toegevoegde waarde van agrocomplex bedroeg in 2008 ruim 50 miljard euro. Maat: ,,Juist nu is het belangrijk dat concurrentiekracht en innovatie voor de agrarische sector worden gestimuleerd en lastenverhogingen uitblijven. De wat evenwichtiger koersverhouding euro/dollar draagt bij aan het herstel. Door vrij heftige koersschommelingen van enkele munten, zoals het Britse pond, stond de export flink onder druk.”
De LTO-voorzitter noemt het een gemiste kans, dat het natuurbeheer door agrariërs zowel in als buiten de Ecologische Hoofdstructuur de laatste jaren is teruggelopen. ,,Dit houdt verband met de hoogte van de vergoedingen en prestaties die worden gevraagd. Agrarische natuurbeheer biedt geweldige mogelijkheden, dat blijkt uit onderzoek, symposia en gelukkig ook in de praktijk. Veel boeren laten op hun bedrijf prima combinaties zien van een gezonde bedrijfsvoering en natuurbeheer. We moeten dus gezamenlijk een trendbreuk zien te bereiken, om die lijn naar boven van de jaren daarvoor weer te pakken”, aldus Maat.
De lichte groei van de rundveestapel noemt de LTO-voorzitter ‘heel normaal’ gezien de verruiming van de melkquota: ,,Het aantal melkkoeien in ons land is gelijk aan dat van 1930. Het aantal koeien is veertig procent lager dan het eind vorige eeuw is geweest.” De omvang van de intensieve veehouderij wordt trouwens begrensd door de varkens- en pluimveerechten. Kleine fluctuaties zullen er volgens hem mede vanwege marktontwikkelingen altijd blijven.
De discussie over vleesconsumptie, die het LEI ook aanzwengelt, juicht de LTO-voorzitter toe. ,,Ook voor vlees geldt, rekening houdend met dierenwelzijn, om met zo min mogelijk emissies en steeds minder grondstoffen een maximale productie te halen. Daar ligt onze concurrentiekracht, ook wereldwijd. Onze veehouderij loopt met het gebruik van duurzame soja voorop. Maatschappelijk vervullen we een gidsfunctie en met een duurzamere veehouderij willen ook wij, dat de verantwoord consumeren en humane gezondheid hoger op de agenda komen te staan.”

