De agrarische sector heeft de afgelopen jaren de emissies van mest, mineralen, gewasbeschermingsmiddelen, geur, ammoniak en CO2 flink teruggebracht. De emissie van gewasbeschermingsmiddelen is de afgelopen tien jaar zelfs met 86 procent gedaald. Toch krijgen boeren en tuinders te maken met steeds strengere eisen, vooral door nieuw Europees beleid.
LTO Nederland vindt dat boeren en tuinders niet zouden moeten worden beknot door meer generieke regels, zoals excretienormen en middelenvoorschriften. Ondernemers weten het best waar de besparingsmogelijkheden binnen hun eigen bedrijf liggen. Door maatwerk en gerichte innovatie kunnen ze de normen halen, zonder dat ze beperkt worden in hun bedrijfsvoering.
Een goed voorbeeld is de glastuinbouw, waar overleg is met de overheid over een CO2-handelssysteem. Daarmee kunnen de ambitieuze CO2-emissiedoelen op een effectieve manier worden gehaald. De methode bespaart de sector honderden miljoenen aan extra kosten. Bovendien kunnen de starre normen uit het Convenant Glastuinbouw en Milieu worden geschrapt.
Regelgeving moet ook helder zijn. Ondernemers moeten weten waar ze aan toe zijn en nieuwe milieueisen mogen er niet voor zorgen dat bedrijven ‘op slot’ gaan. Dat is de reden van LTO Nederland bij de invoering van het Europese natuurbeschermingswet Natura 2000 heeft aangedrongen op een systeem om te beoordelen of bedrijven in de buurt van natuurgebieden mogen uitbreiden. Het resultaat is het ‘Toetsingskader ammoniak en Natura 2000’, dat veel duidelijkheid geeft.
Natuurlijk zet LTO Nederland zich in voor de beschikbaarheid van voldoende gewasbeschermingsmiddelen, voor passende bemestingsnormen en werkbare regels voor mestafzet. Maar de organisatie ondersteunt ook actief projecten die helpen oplossingen voor knelpunten te vinden. Zo hebben de plantaardige teelten in het project Best Practices Gewasbeschermingsmiddelen de belangrijkste maatregelen voor geïntegreerde gewasbescherming op een rij gezet, zodat telers van elkaar kunnen leren. De projecten Optimaal Telen met Mineralen en het programma voor bodemdiversiteit SPADE zijn slechts enkele andere voorbeelden van de proactieve opstelling van de agrarische sector waar het gaat om milieu.
