Standpunten LTO Nederland handelsoverleg EU en VS (TTIP)

Naar aanleiding van discussies over de lopende TTIP-onderhandelingen staan hieronder de standpunten van LTO Nederland samengevat, met daaronder een toelichting.

• LTO steunt TTIP onder voorwaarden 

• EU-kwaliteitsnormen niet aantasten voor ‘kwetsbare deel)sectoren’, met name vleessectoren 

• Echter: TTIP is mogelijk laatste kans om EU-kwaliteitseisen mondiaal meer geaccepteerd te krijgen 

• Blijven werken aan onze concurrentiekracht (kwaliteit) 

• Uiteindelijk wordt het een compromis 

Sinds november 2011 wordt binnen de Europese Unie gewerkt aan een handelsovereenkomst met de VS. Deze week vind de negende onderhandelingsronde plaats in New York. Het mandaat van de EU-onderhandelaars is eind 2014 naar buiten gebracht, echter over de inhoud van het akkoord tot nu toe is nog weinig bekend.

LTO Nederland is voorstander van handelsverdragen vanwege de grote exportbelangen van boeren en tuinders, maar stelt wel voorwaarden. Ruim twee derde deel van wat Nederlandse boeren en tuinders produceren wordt geëxporteerd. De agrosector in ons land heeft een netto handelsoverschot van ruim 30 miljard euro.

Offensief en defensief
Echter, in elk vrijhandelsverdrag zitten offensieve en defensieve handelsbelangen. LTO pleit er voor dat per deelsector wordt gekeken naar de gevolgen van handelsakkoorden en dat er zo nodig passende maatregelen worden genomen. Maat: ,,Voor LTO is het eindresultaat leidend voor de beslissing of we bepaalde producten er wel of niet in willen hebben. We beseffen ten volle dat op het terrein van vlees risico's spelen, vandaar dat wij ook bovenop de onderhandelingen zitten.”

Doordat de bescherming van de Europese markt nagenoeg geheel is afgebroken, kunnen producten uit niet EU-landen relatief gemakkelijk worden ingevoerd in de EU. Van belang is dat deze producten voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen die aan producten in de EU worden gesteld. Volgens LTO-voorzitter Maat mag TTIP geen aanleiding zijn voor lagere niveaus van bescherming van mens, dier en milieu. Voorbeelden: arbeidsomstandigheden, genetische modificatie (gmo), dierenwelzijn, gebruik van diergenees- en gewasbeschermingsmiddelen en hormonen, klonen van dieren en ontsmetting van karkassen (‘chloorkippen’).

De EU hanteert ook een invoerverbod voor Amerikaanse rundvlees, dat met hormonen is behandeld. In de VS liggen standaarden voor dierenwelzijn over het algemeen lager en gelden ook lagere normen voor het gebruik van pesticiden. Maat: ,,De huidige niveaus in wet- en regelgeving moeten we hier minstens handhaven en waar mogelijk verhogen. Overheden moeten derhalve ruimte houden om daar eigen beleid op te voeren.”

Onzekerheden in de (internationale) politiek en economie moeten worden tegengaan, benadrukt de LTO-voorzitter. Hij ziet volop kansen: ,,Er kan meer ruimte ontstaan om samen met de VS de Westerse standaarden en normen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en arbeid als leidend in de wereld neer te zetten. Een overeenkomst vergroot de kans om die normen wereldwijd geaccepteerd te krijgen.” Hij verwijst in dit verband naar een recent SER-advies met een leidraad hoe daarbij te werk te gaan.

Maat is van mening dat de agrarische sector belang heeft bij een gezamenlijke inzet. ,,De Nederlandse landbouw moet vertrouwen uitstralen. Als elke sector alleen nog voor zijn eigen gelijk zou gaan, is elk overleg gedoemd te mislukken. Voor de veehouderij gaat het ook om het vertrouwen, dat hun belangen niet geofferd worden voor andere, grotere belangen.”

Momenteel verscheept de EU voornamelijk hoge kwalitatieve producten (wijn, kaas) naar de VS en importeert producten met hoge eiwitwaarden, diervoerder, en fruit. Nederland importeert voor circa 742 miljoen euro uit de VS (350 miljoen diervoeder, 180 miljoen fruit, 70 miljoen rundvlees) en export voor 209 miljoen euro naar de VS (fruit/groenten 107 miljoen, kaas 50 miljoen), blijkt uit cijfers van COPA-COGECA.

26 april 2016

BRON:
Naar boven