Einde melkquota en stijging melkproductie markeren jaar 2015

Het jaar 2015 gaat de geschiedenis in als het laatste van de melkquotering, die na ruim 30 jaar is afgeschaft in de EU. In Nederland heeft dat geleid tot een zogenoemde ‘harde landing’, waardoor in ons land de melkproductie vorig jaar met ca. 7 procent toenam. De gestage groei van de mondiale melkproductie, de vraaguitval vanuit China in combinatie met de voortdurende boycot van zuivelproducten door Rusland heeft voor onbalans gezorgd op de zuivelmarkten.

Daarmee is de daling van de melkprijs, die in 2014 begon, in 2015 en ook de eerste helft van 2016 doorgezet. Na twee recordjaren voor de melkprijzen is 2015 één van de slechtste jaren voor de melkveehouderij. Dit blijkt uit de LTO-Internationale Melkprijsvergelijking, die vanmorgen op het melkveebedrijf van de familie De Groot in Kamerik (gem. Woerden) is gepresenteerd. Deze prijsvergelijking wordt gemaakt in opdracht van de vakgroep LTO Melkveehouderij in samenwerking met de European Dairy Famers. ZuivelNL voert de vergelijking uit.

Lage melkprijs duurt langer
De melkprijs zit nog niet op het laagste niveau van 2009, maar de periode van lage melkprijzen is wel langer. Vooral deze langere periode zorgt ervoor dat melkveehouders met hun bedrijf in de verdrukking komen. Ruim een maand terug zijn de Nederlandse zuivelnoteringen weer wat aangetrokken, wat een herstel van de melkprijs in kan luiden.

Uit het rapport blijkt dat zestien Europese zuivelbedrijven in 2015 uitkwamen op een melkprijs van gemiddeld € 31,27 per 100 kg melk. In 2014 was dat nog € 38,60. In de prijsvergelijking handhaafde het Nederlandse bedrijf FrieslandCampina zich bovenin de ranglijst: de zuivelonderneming staat vierde
(€ 33,22). De top drie bleef ongewijzigd: bovenaan staat Hämeenlinnan O in Finland (39.43), gevolgd door het Italiaanse Granarolo (38,93) en het Britse Dairy Crest (34,44). DOC Kaas is hekkesluiter (26,54. In een langjarig gemiddelde (2009 t/m 2015) staat DOC tiende en FrieslandCampina derde.

Sinds het jaar 2000
De vergelijking van de melkprijzen wordt sinds het jaar 2000 gemaakt. Bij de berekeningsmethode wordt er van uitgegaan welke prijs een veehouder zou krijgen als hij een bepaalde hoeveelheid melk aflevert van een bepaalde kwaliteit en samenstelling aan verschillende zuivelbedrijven. In de praktijk kunnen cijfers afwijken vanwege de werkelijke samenstelling, kwaliteit, hoeveelheid e.d. afgeleverde melk aan de zuivelfabriek.

Zie het Rapport LTO-Internationale Melkprijsvergelijking 2015

 

 

 

21 juni 2016

BRON:
Naar boven