Handen op de rug

Buiten waait een straffe oostenwind. In de stal hebben we maatregelen genomen om bevriezen van waterleidingen te voorkomen en staan de koeien dampend in de koude lucht aan het voerhek rustig te kauwen. Van dat beeld kan ik zeer genieten. Het heeft iets intiems en vredigs: zon, heldere lucht, kou uit het oosten en de koeien die hun plekje zoeken in de stal.

Deze dagen verlangt de ene helft van Nederland naar de warme voorjaarszon en kijkt de andere helft reikhalzend uit naar nog een paar nachten vorst om voor het weekend een mooi tochtje op natuurijs te kunnen maken. Ik was zelf ook een fanatiek schaatser. Tussen de melkbeurten door een paar kilometer schaatsen in de buurt. Heerlijk! In de krant las ik een citaat van een ijsmeester: schaatsen is de enige activiteit waar je met de handen op de rug moe van wordt! Mooi gezegd. Met je handen op je rug moe worden, zo heb ik me de laatste weken vaak gevoeld. Met de handen op de rug wachten op de uitkomsten van de onderzoeken die RVO en NVWA doen naar het invullen van het I&R door veehouders. 

Sinds de Grüne Woche in Berlijn, half januari, heeft mijn agenda volledig in het teken gestaan van wat in de media als I&R-fraude is geframed. Dagelijks vele gesprekken met leden aan de telefoon, overleg met collega-bestuurders in Den Haag, afstemming met NMV, NAJK en NZO en regelmatige vergaderingen met medewerkers van minister Schouten over de laatste cijfers. Vanaf het eerste moment in het weekend van 20 januari heb ik getwijfeld of de aantallen die de minister naar buiten bracht wel klopten. Ik kan het me als praktiserend melkveehouder niet voorstellen dat de helft van mijn collega melkveehouders fraudeert, zoals is gesuggereerd. Dat in de administratie en in de linkjes van verschillende managementsystemen weleens een onregelmatigheid optreedt, een slordigheid die later gecorrigeerd wordt, weet ik ook. Maar dat is geen fraude.

De informatielijnen van LTO Noord, ZLTO en LLTB zijn door honderden leden gebeld. Deze collega’s hebben goed werk gedaan; luisteren, begrip voor de emotie en vooral genoteerd wat de ‘I&R-problemen’ zijn. Die inventarisatie bevestigt mijn beeld: haperingen bij I&R, geen fraude, hooguit een slordigheid.
Ik vraag me nog elke dag af waarom de minister heeft gehandeld zoals heeft gehandeld. Wilde speculaties gaan dan door mijn hoofd, maar daar heb ik als voorzitter van LTO Melkveehouderij helemaal niets aan. Natuurlijk is het goed om straks te evalueren wat er is gebeurd en wie welke rol in het framen van fraude heeft gehad, maar nu is het simpelweg handen op de rug en wachten. Dat gevoel van ‘het schiet niet op’ is deze week extreem. In Den Haag is het voorjaarsvakantie.

Echt een goed inzicht in de cijfers heb ik tot op de dag van vandaag niet gekregen. Op basis van de laatste brief van minister Schouten heb ik de conclusie getrokken dat het begin volgende week duidelijk is om hoeveel bedrijven het gaat die fouten hebben gemaakt. Zijn we dan klaar en kunnen we dan overgaan tot de orde van de dag? Ik denk het niet.
Deze week heb ik op verschillende plekken in het land leden ontmoet en gesproken tijdens bijeenkomsten in zaaltjes en aan de keukentafel. De frustratie bij veel leden is groot. Opzeggers ook en leden die ons duidelijk maken dat we met de vuist op tafel moeten slaan en excuses moeten eisen van minister Schouten. Ik kan me daar alles bij voorstellen.

Maar deze week is het noodgedwongen handen op de rug, en dat is enorm frustrerend voor veehouders die al vanaf begin geblokkeerd zijn. We spugen in onze handen en zullen druk zetten op het tempo van vrij geven. Het is alle hens aan dek om zo snel mogelijk de bedrijfsvoering te normaliseren en waar nodig het I&R systeem te verbeteren, zodat deze periode van verdachtmaking en negatieve beeldvorming snel achter ons ligt. Laat het voorjaar beginnen en de kou uit de lucht zijn.

Wil Meulenbroeks, voorzitter LTO Melkveehouderij

28 februari 2018

BRON:
Wil Meulenbroeks
Naar boven