LTO blij met nieuwe borgstelling voor boeren en tuinders

De nieuwe borgstelling MKB-landbouwkredieten (afgekort: BL) van de overheid maakt het voor boeren en tuinders gemakkelijker om een bedrijfsfinanciering te realiseren. Het ministerie van Economische Zaken staat garant voor bedrijven met een goed bedrijfsplan die een lening willen afsluiten voor een investering. Banken geven eerder een lening, wanneer de overheid borg staat. De regeling heeft speciale modules voor verduurzaming en voor bedrijfsovername. De nieuwe BL volgt per 1 januari 2017 de bestaande Garantstelling Landbouw (GL) op.

LTO Nederland heeft de afgelopen jaren al vaker aangedrongen op verruiming van borgstelling en is blij met de aanpassingen. Nieuwe regels zijn nodig in verband met grotere investeringen voor verduurzaming en omschakeling van gangbare naar biologische landbouw, maar ook voor schaalvergroting en bedrijfsopvolging. Ook door schommelingen in behoefte aan werkkapitaal, was aanpassing nodig.

Boeren en tuinders met investeringsplannen met vanuit de optiek van de bank een te hoog risico, kunnen met de garantieregeling alsnog financiering krijgen. Dat is volgende de overheid een steuntje in de rug, specifiek voor duurzame land- en tuinbouw. De borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL) lijkt straks meer op de bestaande BMKB borgstellingsregeling, die garant staat voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. Door aangepaste werkafspraken met de banken kan borgstelling sneller worden toegekend en verminderen administratieve lasten.

Met de BL kunnen ondernemers een borgstelling op maximaal 1.200.000 euro krijgen van een totale bedrijfsfinanciering van 1.800.000 euro. Is de investering bedoeld voor een groenlabelkas of voor een stal die voldoet aan de criteria van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV), dan kan de overheid borg staan voor maximaal 2.500.000 euro van een lening van 3.750.000 euro.
Jonge boeren en tuinders (vaak bedrijfsovernemers) krijgen een extra steuntje in de rug: ze betalen een eenmalige provisie van een procent (in plaats van drie procent). Boeren en tuinders die willen omschakelen van een gangbare naar biologische bedrijfsvoering, kunnen met de vernieuwde borgstellingsregeling krediet krijgen voor de omschakeljaren.
De nieuwe borgstellingsregeling zal volgens EZ een belangrijke rol gaan spelen bij de verduurzaming van de agrarische sector. De regeling is in overleg met de banken tot stand gekomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling. Dit najaar wordt er door RVO nog een uitgebreide communicatie naar agrarische ondernemers op touw gezet. Ook LTO Nederland zal hier op aansluiten.
De belangrijkste wijzigingen op een rij:

De bank vraagt aan
De boer of tuinder hoeft niet langer de bank te machtigen om een aanvraag te doen.

Snelle inpassing
Een aanvraag voor de BL hoeft niet meer vooraf getoetst te worden door RVO. Dat levert tijdwinst op.

Provisiebetaling
De provisie zal sneller dan voorheen worden betaald.

Minder beperkingen
De BL kent minder beperkingen: zo konden investeringen in bijvoorbeeld dieren en productierechten niet onder de oude borgstelling worden gebracht en de aankoop van grond slechts beperkt. Wat wel blijft uitgesloten zijn herfinancieringen en investeringen voor privé, zoals een bedrijfswoning.

Investeringen stal
Investeringen in stallen komen alleen in aanmerking voor borgstelling als er minimaal een certificaat van het niveau ‘Plusstal’ wordt verkregen.

Omschakelkapitaal biologische landbouw
Bij omschakeling van gangbaar naar biologisch kunnen tekorten tijdens deze specifieke periode in aanmerking komen voor borgstelling.

Starter of overnemer
Bij de oude regeling werd het begrip `Jonge landbouwer’ gehanteerd. Dit begrip is vervangen door de begrippen `Starter’ en `Overnemer’ met een belangrijk verschil dat het leeftijdscriterium is vervallen. De lagere provisie van een procent over het leningsbedrag blijft ongewijzigd.

Verruiming reguliere borgstelling
De reguliere borgstelling is verruimd. Het lening bedrag mag maximaal 1.200.000 euro zijn (was maximaal 600.000 euro). De ondergrens van minimaal 50.000 euro is komen te vervallen.

Kortere looptijd borgstelling
In aansluiting op de borgstellingsregeling voor het midden en kleinbedrijf (BMKB) is de looptijd verkort en bedraagt voor een investering in roerende goederen maximaal zes jaar en voor onroerend goed maximaal twaalf jaar. Een borgstelling is vooral van belang in de eerste jaren na investeren. In latere jaren zal door vermogensvorming het risico op omvallen afnemen. De oude regeling kende een looptijd van maximaal twintig jaar.

Meer flexibiliteit
Op verzoek van de bank kan RVO er mee in stemmen om af te wijken van overeengekomen bepalingen. Deze flexibiliteit was voorheen niet mogelijk.

Hoofdelijkheid aansprakelijkheid vervalt
De oude regeling vereiste een hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersonen tot terugbetaling van de borgstellingslening. Dit is gewijzigd tot tenminste 25 procent van de borgstellingslening, met een minimum van 5.000 euro.

14 juli 2016

BRON:
Naar boven