Waarom kleuren in het voorjaar akkers soms oranje?

Waarom kleuren in het voorjaar akkers soms oranje?
Het voorjaar is voor veel gewassen het zaai- of pootseizoen. Boeren en tuinders kiezen er vaak voor om voorafgaand hieraan, in de herfst- en winterperiode, een groenbemester te telen. Groenbemesters bevorderen de bodemkwaliteit en hebben soms een ziektewerende werking. Na de teelt van mais op zandgrond is het verplicht om een groenbemester (vanggewas) te zaaien om uitspoeling van stikstof naar het grondwater te voorkomen. Aan het eind van de winter moeten deze groenbemesters en vanggewassen plaats maken voor de nieuwe gewassen. Afhankelijk van de omstandigheden gebeurt dat door de groenbemester machinaal door de grond te werken of dood te spuiten met glyfosaat. Ook grasland wordt in het voorjaar soms behandeld met glyfosaat. Reden hiervoor is meestal dat bepaalde, hardnekkige onkruiden of slechte grassen gaan overheersen waardoor herinzaai noodzakelijk is. Ook kan aansluitend een akkerbouwgewas worden geteeld. Als het grasland niet wordt behandeld met glyfosaat kunnen hergroeiende grassen en onkruiden voor grote problemen zorgen in het aansluitend geteelde akkerbouwgewas,  
Een veld dat bespoten is met glyfosaat kleurt na een aantal dagen oranje. Deze kleur wordt niet veroorzaakt door het middel zelf, maar door de afsterving van het gewas.
Is het gebruik van glyfosaat toegestaan?
Boeren en tuinders mogen glyfosaat toepassen op groenbemesters en grasland, mits zij zich daarbij houden aan de het wettelijk gebruiksvoorschrift. Hierop staan onder andere de periode waarbinnen behandeling moet plaatsvinden en de maximaal toe te dienen concentratie. Het gebruiksvoorschrift is vastgesteld door het Ctgb, en zowel te vinden op de verpakking van het middel als in de toelatingendatabank van het Ctgb (https://toelatingen.ctgb.nl/). Glyfosaat staat onder verschillende merknamen in deze databank; de meest bekende is Roundup.
Om te garanderen dat telers op een professionele wijze omgaan met gewasbeschermingsmiddelen moeten zij verplicht regelmatig op cursus. Daarnaast controleren de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en waterschappen intensief op correct gebruik van uitsluitend toegelaten middelen.
Kan ik ziek worden als ik in de buurt kom van oranje akkers?
Alle gewasbeschermingsmiddelen die in Nederland zijn toegelaten, zijn beoordeeld als veilig voor mens en milieu. Aan deze conclusie gaat een uitvoerig traject van risicobeoordeling vooraf, eerst op Europees niveau door EFSA, en vervolgens op nationaal niveau door het Ctgb. Bij die laatste stap wordt ook rekening gehouden met nationaal-specifieke omstandigheden. Onderdeel van de risicobeoordeling is de veiligheid voor omstanders, vogels en zoogdieren. Als deze niet kan worden gegarandeerd wordt een middel niet toegelaten. Oranje velden vormen dus geen bedreiging voor de volksgezondheid.
Enige tijd geleden was er discussie over de mogelijke gezondheidsrisico’s van glyfosaat. Aanleiding hiervoor was een publicatie door het Agency for Research on Cancer (IARC) in 2015, die suggereerde dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend was. Naar aanleiding van deze publicatie heeft de Europese Commissie aan EFSA opdracht gegeven om samen met experts van onder meer de lidstaten en de WHO nauwkeurig de mogelijke gezondheidseffecten te beoordelen. Daarbij is ook het rapport van de IARC meegenomen. Conclusie van deze aanvullende analyse was dat glyfosaat niet als kankerverwekkend kan worden beschouwd. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het Ctgb (https://www.ctgb.nl/onderwerpen/glyfosaat-dossier/classificatie-glyfosaat).     
Is gebruik van glyfosaat slecht voor het milieu?
Uit de risicobeoordeling van EFSA en Ctgb blijkt dat glyfosaat een relatief lage impact heeft op het milieu. Een eenvoudige manier om inzicht te krijgen in de schadelijkheid van een stof is de Milieumeetlat van het CLM (https://www.milieumeetlat.nl/nl/home.htmlDeze geeft een overzicht van de milieubelasting van alle in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. De meetlat bevat per gewas milieubelastingskaarten, waarop het effect op waterleven, bodemleven en grondwater per middel wordt aangegeven in milieubelastingspunten. Hoe hoger het aantal punten, hoe groter de milieu impact. Op alle drie de categorieën scoort glyfosaat laag, zowel in absolute zin als ten opzichte van alternatieve middelen. Ook heeft glyfosaat in de milieumeetlat het predicaat “bruikbaar in geïntegreerde teelt”, hetgeen betekent dat er geen nadelige effecten op bestuivers en natuurlijke plaagbestrijders te verwachten zijn. ).
Is glyfosaat schadelijk voor weidevogels?
Bij de risicobeoordeling van een gewasbeschermingsmiddelen kijkt het Ctgb onder andere naar het gedrag van het middel in het milieu. Hoe snel breekt de stof af? Waar komt de stof in het milieu terecht? Wat zijn de risico’s voor verschillende diersoorten? Ook vogels en zoogdieren worden daarin meegenomen. In de toelating van een middel wordt vervolgens een extra veiligheidsmarge van factor vijf tot honderd gehanteerd. Boeren en tuinders vertrouwen er dan ook op dat glyfosaat en andere toegelaten gewasbeschermingsmiddelen veilig zijn voor weidevogels en andere diersoorten.
Is doodspuiten van gras of groenbemesters écht nodig?
Boeren en tuinders willen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen graag verminderen. Dat vereist wel dat er effectieve en betaalbare alternatieven beschikbaar zijn. Ook voor het doodspuiten van gras of groenbemesters zoekt de sector naar alternatieven. Zo leiden nieuwe kennis en inzichten bijvoorbeeld tot steeds duurzamer graslandbeheer. Met maatregelen zoals behoud van een gesloten graszode en pleksgewijze bestrijding van onkruiden kan herinzaai worden uitgesteld. Maar graslandkwaliteit wordt ook beïnvloed door weersomstandigheden (denk bijvoorbeeld aan de extreme droogte in de zomer van 2018) of ziekte- en plaagdruk, zoals engerlingen (insectenlarven die aan de graswortels vreten). 
Voor groenbemesters geldt dat bij bepaalde soorten mechanisch onderwerken voldoende is als basis voor het volgende gewas bijvoorbeeld omdat ze in de winter bevriezen De keuze voor een groenbemester hangt echter van meer factoren af, zoals bodemeigenschappen, het voorafgaande gewas en het risico op vermeerdering van schadelijke aaltjes in de grond. Ook de weersomstandigheden moeten meezitten; in een zachte winter sterven groenbemesters minder snel af en een nat voorjaar maakt grondbewerking lastiger. Ook leidt onderwerken tot verstoring van de bodem; sommige boeren kiezen hier daarom bewust níet voor. De keuze voor een groenbemester is dus behoorlijk complex, daarom investeert de sector momenteel mee in de ontwikkeling van een beslisboom voor groenbemesters.
Komt het glyfosaat via veevoer uiteindelijk in voedsel voor mensen terecht?
Alle levensmiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong kunnen residuen van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of diergeneesmiddelen bevatten. Om gezondheidsrisico’s hiervan te voorkomen gelden in Nederland en Europa strenge voedselveiligheidseisen. Voor gewassen bestemd voor consumptie is per middel dat is toegelaten een residunorm (maximale residu limiet, mrl) vastgesteld. Dat gebeurt op basis van wetenschappelijke studies naar de toxiciteit van dat middel. De NVWA controleert streng op deze norm, en ook in de keten zelf worden regelmatig monsters genomen ter controle. 
Voor veevoer zelf zijn geen residunormen vastgesteld. Deze zijn er wel voor de gewassen waarvan dit veevoer gemaakt is. Bij de vaststelling daarvan wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat residuen terecht kunnen komen in vlees, melk of eieren. Overigens is het in Nederland niet gebruikelijk om vee te laten grazen op met glyfosaat behandeld grasland. Voor zover veevoer residuen van glyfosaat bevat, zijn deze meestal afkomstig uit geïmporteerde grondstoffen zoals soja. Ook voor deze grondstoffen gelden residunormen.
Meer informatie over mrl’s is te vinden op de website van het RIVM (https://rvs.rivm.nl/normen/consumenten/MRL).

29 maart 2019

BRON:
LTO Nederland
Naar boven