Stop met landbouw de schuld geven

Maandag 14 mei presenteerde Natuurmonumenten een onderzoek over insecten; het zijn er minder. En hop, de landbouw krijgt de schuld. Makkelijk scoren, zeggen de boeren. Terecht? Neen. Boeren en tuinders hebben de milieubelasting de afgelopen 20 jaar fors terug gedrongen en zetten bij wijze van spreken dagelijks nieuwe stappen voor een duurzame land- en tuinbouw. Als we niet oppassen, gaat de discussie over de gangbare landbouw alle kanten op. Over ons  en vaak zonder ons. En dat kan niet!
 
Samen werken aan een duurzame land- en tuinbouw is niet gebaat bij een gefragmenteerde ‘wij-zij’ discussie, die plat geslagen wordt door ‘hop, we geven de landbouw de schuld.’ Boeren en tuinders zijn verantwoordelijke mensen, die over generaties heen denken en niet voor plat eigen gewin gaan. Zij beseffen dat de gangbare productiemethoden ter discussie staan. Dat maatschappelijk en ecologisch de wal het schip keert. Daarom alleen al is LTO Nederland een van de kwartiermakers van het Deltaplan Herstel Biodiversiteit. We doen dus actief mee en gaan voor een natuur inclusief platteland waar op een moderne manier voedsel geproduceerd kan worden en boeren en tuinders een inkomen kunnen verdienen. Boeren en tuinders zijn niet tegen biodiversiteit. Dat beeld roept Natuurmonumenten wel op door de land- en tuinbouw in het verdachtenbankje te zetten. Sterker nog, wij zien het belang van een gezonde bodem, schoon water, een gevarieerd landschap en sterke gewassen als een van de prioriteiten voor de continuïteit van ons eigen bedrijf.

We willen ook de volgende stap zetten. Boeren en tuinders kunnen biodiversiteit produceren. Door de zogenoemde ecosysteemdiensten; denk aan waterberging op landbouwgrond, beheren van het landschap door slootkantbeheer, erfinrichting, akkerranden en houtwallen ten gunste van flora en fauna. Als de maatschappelijk vraag is om meer biodiversiteit te produceren, dan zal daar een adequate vergoeding voor boeren en tuinders tegenover moeten staan. En dat kan alleen als biodiversiteit een economische waarde krijgt.

We maken in de land- en tuinbouw stap voor stap de switch van productie met relatief veel kunstmest, energie en gewasbescherming, naar teeltmethodes en gewassen met meer kwaliteit en minder externe input. Dat wil zeggen dat het ‘méér en nog méér van een hectare halen’ plaats gaat maken voor telen met minder chemische hulpstoffen (gewasbescherming, kunstmest, fossiele energie). We hebben als LTO Nederland de ambitie Gezonde Planten en programma’s met als doel minder chemie te gebruiken, we werken aan een circulaire landbouw door het sluiten van kringlopen en de waarde van blijvend grasland te zien, we werken aan schoon water, we verhogen het organisch stofgehalte in de bodem en dat bij elkaar is een substantiële bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit. Vooral een gezonde bodem heeft prioriteit. De bodem is immers de basis voor de biodiversiteit in en boven de grond.

We zijn het eens met de opvatting van Natuurmonumenten dat de gangbare land- en tuinbouw nog best stappen kan zetten naar meer duurzame teeltmethodes. Dat dragen we uit met de brede coalitie van zo’n twintig organisaties die samen werken aan herstel van de biodiversiteit. Moet dat een Deltaplan Herstel Biodiversiteit worden? Voor ons is het antwoord simpel. Boeren hebben een zeer verantwoordelijke rol in de samenleving en hebben oplossingen. Boeren zijn uniek, want zij zorgen dat er eten is voor mens en dier.
Wij zetten de knop om: met minder input meer output met een hogere kwaliteit. Dat besef dringt door. Bij de leden en bij de ketenpartijen. En als de maatschappij meer biodiversiteit wil, dan kan de landbouw ook dat produceren, maar dan moet de ecologie ook economisch gewaardeerd worden.  Wij geloven in een natuur inclusief platteland waar met moderne technologie en minder chemie, gezond voedsel wordt geproduceerd en boeren en tuinders een goed inkomen hebben.

Ingrid van Huizen, Joris Baecke, Claude van Dongen, Marc Calon
Bestuurders van LTO Nederland

16 mei 2018

BRON:
Naar boven