Dierenwelzijn prioriteit in konijnenhouderij

Dierenwelzijn is een belangrijk thema in de konijnenhouderij. Sinds 2006 bestaan er welzijnsregels voor het houden van konijnen. De overheid (NVWA) ziet daar op toe.

De konijnenhouders blijven investeren in nieuwe huisvestingssystemen, zoals parkhuisvesting: hier worden konijnen in grotere groepen gehouden, inclusief verstrekking van ruwvoer, stro en afleidingsmateriaal. Met De Dierenbescherming wordt gewerkt een Beter Leven Keurmerk (sterren) voor de konijnenhouderij. Afgelopen jaar zijn BLK-voorwaarden in de praktijk getest. Ervaringen worden gedeeld met de sector.
Het voer van konijnen bestaat voornamelijk uit luzerne en resten van palmpitten, zonnebloempitten en zemelen: voedingsmiddelen die de mens sowieso niet kan verteren. Veel konijnenhouders investeren in duurzaamheid, zoals warmteopslag in de bodem en zonnepanelen. Veel stallen zijn voorzien van ledverlichting. Konijnenmest gaat grotendeels naar biocentrales in Duitsland, waar uit mest groene stroom wordt opgewekt.

Nederland telt zo’n vijftig professionele konijnenhouders, die samen zo’n 45.000 zogeheten voedsters houden. Voedsters krijgen zeven tot acht keer per jaar nakomelingen, ongeveer tien per worp. Deze vleeskonijnen gaan uiteindelijk op een leeftijd van zo’n elf weken naar de slachterij. Het vlees is voornamelijk bestemd voor de Belgische markt. Nederlanders zelf zijn overigens geen grote consumenten van konijnenvlees. 

 

18 december 2017

BRON:
LTO Nederland
Naar boven