De route van het Deltaplan Biodiversiteit

Het is alweer bijna een jaar geleden. Eén jaar hebben wij als kwartiermakers nodig gehad om te komen tot het raamwerk van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Een jaar dat in het teken stond van een zoektocht naar een gemeenschappelijk doel, gemeenschappelijke taal maar ook gemeenschappelijke uitkomst. Op 19 december worden de contouren van het Deltaplan gepresenteerd. Het is goed nieuws voor boeren en tuinders.

Het heeft tijd gevraagd om als ecologen, ngo’s, agrarische sector en ketenpartijen te komen tot een integrale aanpak. Gestart zijn we met het formuleren van één gezamenlijk droombeeld. Hierin staat dat biodiversiteit belangrijk is voor natuurgebieden, landbouw en de openbare ruimtes, en dat we daarom gezamenlijk het tij willen keren van de afname van biodiversiteit. Het raamwerk achter het droombeeld geeft inzicht in de aanpak van het Deltaplan, zowel op niveau van de grondgebruiker, zoals het boerenerf, maar ook op gebiedsniveau. Een gedeeld belang en een gedeelde verantwoordelijkheid.

Als kwartiermakers hebben we bijna een jaar nodig gehad om het raamwerk, inclusief aanpak, te ontwikkelen. Een jaar met momenten van inzicht en overeenstemming dat ‘omdenken’ de kern van de aanpak is. Het heeft talloze discussies en vergaderingen opgeleverd om zo concreet mogelijk te krijgen welke interventies nu precies wat opleveren aan biodiversiteit. Het heeft vergaderingen met frustratie gekost over de snelheid waarmee dit gerealiseerd dient te worden. Het proces heeft ook spanningen en argwaan gekend. Maar het raamwerk staat, en de contouren van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel worden op 19 december gepresenteerd.

Is hiermee het plan af? Nee, zeker niet. In het raamwerk staat bijvoorbeeld benoemd dat er gemonitord gaat worden op inspanning, niet op eindresultaat. Maar nog niet concreet in het raamwerk is benoemd wát we precies gaan monitoren en meten. Dit zal aankomend jaar nog moeten uitkristalliseren. Ik kan mij zo indenken dat deze processen opnieuw de nodige inzichten, discussies, frustraties en mogelijk zelfs spanningen gaan opleveren tussen de kwartiermakers. Dat hoort erbij. Maar we gaan dan opnieuw met vertrouwen op zoek naar gemeenschappelijke inspanningen, een gemeenschappelijke taal maar ook gemeenschappelijke uitkomsten. En waarom? Omdat als we gezamenlijk tot dezelfde punten komen er wellicht wel deuren op kunnen gaan op gebied van (h)erkenning wat we als landbouw reeds allemaal al doen, of bijvoorbeeld op gebied van nieuwe verdienmodellen of coherente wet- en regelgeving. Om te zoeken naar de uitkomst van de som 1+1=3.

Inge van Schie-Rameijer, vakgroep Melkveehouderij

18 december 2018

BRON:
Inge van Schie-Rameijer
Naar boven