Koetjes en kalfjes

Sinds 1 januari is het KalfVolgSysteem (KVS) met horten en stoten van start gegaan. Sinds juli zijn de partners in het project (de zuivel NZO, de kalversector SBK en de handel V&Ln) gestart met handhaving en is het speelkwartier aan het aflopen.

Ik had al snel een melkveehouder aan de telefoon die mij vertelde dat zijn kalverhandelaar een kalf terug kwam brengen, omdat het maar 13 dagen oud was. Hij zag het pas later onderweg na invoer in het KVS en had geen zin in een boete van €100,-. Maar de melkveehouder wilde het kalf, wat bij al die andere kalveren op de trailer heeft gestaan, absoluut niet terug. Begrijpelijk. Stel je eens voor, wat voor ziektekiemen brengt zo’n kalf wel niet mee. Tegelijkertijd vinden wij het doodnormaal dat een kalverhouder al die kalveren van even zoveel bedrijven ontvangt.

Waarom halen wij dit onszelf op de nek?

In de kern draait het om het antibiotica gebruik in de kalverhouderij. Dat is structureel te hoog. Terwijl bij kip en varken de totale sector een antibiotica doelstelling heeft, is die voor rund uitgesplitst in rund (melk of vlees) en vleeskalf (wit en rosé). In de melkveehouderij voldoen wij er vlot aan. Ook bij ons eigen jongvee is het antibioticagebruik laag. Dat is in de kalverhouderij heel anders. Alhoewel onze sectoren onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, wordt het antibioticagebruik niet met elkaar gedeeld. Gelukkig, zal je denken.

Maar als de kalverhouderij niet in staat is om minder antibiotica te gebruiken, komt uiteindelijk het probleem toch op het bordje van de melkveehouder te liggen. Het is dus in ons eigen belang dat wij vitale kalveren afleveren. Goede biestvoorziening, oud genoeg, voldoende gewicht en vrij van BVD.

Ondertussen gaan er diverse onderzoeken van start, mee gefinancierd door de overheid, om de kwaliteit van de kalveren in de héle keten te verbeteren. Ik hoop dat het voldoende praktisch uitvoerbare perspectieven op gaat leveren.

Want ik maak mij zorgen of wij het systeem zoals we dat nu kennen waarbij kalveren van tientallen bedrijven eerst in een verzamelcentrum terecht komen en na selectie bij de kalvermester in het mesthok, houdbaar blijft. Het is als een kindercreche. Is er één ziek dan is in no time iedereen ziek. Wij als melkveehouders zitten er absoluut niet op te wachten dat wij onze stiertjes langer moeten houden of zelfs zelf moeten gaan mesten en de kalverhouders gelukkig ook niet. We hebben dus een wederzijds belang om goed voor het kalf te zorgen.

Jos Verstraten
Lid bestuur LTO Melkveehouderij
jverstraten@lto.nl

20 september 2018

BRON:
Jos Verstraten
Naar boven