Grondgebondenheid is een kans

 Afgelopen april presenteerde de Commissie Grondgebondenheid haar advies ‘grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij’. LTO melkveehouderij en de NZO hadden om dit advies gevraagd. In 2013 hebben we zoals u weet een visie gelanceerd waarin het grondgebonden gezinsbedrijf als basis voor de Nederlandse zuivel werd neergezet. Echter invulling aan het begrip grondgebondenheid werd nooit eenduidig gegeven. Dat leidde tot discussies over het begrip grondgebondenheid met allerlei u welbekende gevolgen van dien. En niet alleen intern hadden we discussie over wat grondgebondenheid nu is. Ook in de politiek en maatschappij gaven allen hun vrije invulling aan het begrip. Door al deze partijen, melkveehouders, maatschappelijke organisaties en overheid, samen te brengen in een commissie kon een gedragen voorstel voor de invulling van grondgebondenheid worden gevormd. Die gedragen visie is belangrijk omdat het ons een stip op de horizon biedt. En dat is waar ondernemers behoefte aan hebben. 

Om een einde te maken aan die voortdurende discussie en om een breed draagvlak te krijgen voor een meer grondgebonden melkveehouderij, hebben LTO Melkveehouderij en NZO een commissie gevraagd een definitie op te stellen. Deze commissie bestond uit melkveehouders, ketenpartijen, maatschappelijke organisaties en overheid. De commissie kreeg de opdracht een breed gedragen visie te ontwikkelen met als doel het maatschappelijk draagvlak voor de melkveehouderij te behouden en de economische positie van de melkveehouderij te versterken.

Deze visie is in april gepresenteerd. De Commissie Grondgebondenheid stelt dat een melkveebedrijf grondgebonden is als in 2025 65% van het eiwit in het rantsoen afkomstig is eigen grond. Hiervoor kunnen melkveehouders gebruiken van onder andere buurtcontracten. Om het landelijke karakter van de melkveehouderij te stimuleren, moeten melkveehouders beschikken over een voldoende grote huiskavel. En tweederde van de eiwit in het rantsoen moet uit Europa komen.

Melkveehouders reageren wisselend op de visie van de commissie. Enkelen vrezen niet te kunnen voldoen aan de norm van grondgebondenheid of maken zich daar op zijn minst zorgen over. Voor ons moest voor op staan dat de definitie van grondgebondenheid een haalbaar en uitvoerbaar instrument is en dat iedere melkveehouder er mee uit de voeten kan.

Minister Carola Schouten heeft de melkveehouders inmiddels gecomplimenteerd met deze grondgebonden visie en aanpak. Daar zijn we blij mee. Het maakt onze uitgangspositie bij de realisering van de visie heel sterk. Immers de melkveehouders moeten niet alleen aan de slag maar ook bijvoorbeeld de overheid, zuivelaars, voerleveranciers, waterschappen moet stappen zetten. De gesprekken over verkaveling met Kadaster, waterschappen en provincies zijn inmiddels gestart.

Komende maanden willen we het land intrekken om met leden-melkveehouders en erfbetreders in gesprek te gaan over hoe grondgebondenheid kansen biedt voor elk melkveebedrijf, welke maatwerkoplossingen er ontwikkeld gaan worden en hoe LTO Melkveehouderij de leden-melkveehouders daarbij kunnen helpen. Want ik ben ervan overtuigd dat grondgebondenheid kansen biedt voor melkveehouders. Het zal de sector op termijn de rust en ruimte geven om zich door te ontwikkelen met draagvlak van de samenleving en politiek.

Wil Meulenbroeks
voorzitter LTO Melkveehouderij

02 juli 2018

BRON:
Wil Meulenbroeks
Naar boven