Overheid frustreert Europese marktwerking

De verkiezingstijd wordt door de meeste politieke partijen aangegrepen om ook het belang van de EU te onderstrepen. We zijn een exporterend land en de welvarende, open interne Europese markt heeft ons veel opgeleverd. Als je echter een analyse maakt van het EU Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, of de EU verordening gewasbeschermingsmiddelen, blijkt al snel dat nationale overheden eigen beleidsvrijheden hebben en daarmee die ene open interne Europese markt in de weg staan. Het neoliberalisme dat de politiek de laatste decennia heeft gedomineerd, zegt de marktwerking te willen stimuleren, maar frustreert die tegelijkertijd door eigen regelgeving en beperkingen in markttoegang.

Vanaf 2011 is de Europese verordening voor Gewasbeschermingsmiddelen van kracht. De voornaamste wijziging van het beleid is de invoering van een zonale beoordelingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen die dubbel werk voor toelatingshouders in de Europese Unie voorkomt en hun samenwerking en harmonisatie stimuleert. Het is onder andere de bedoeling van de EU om zo de regels voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen te harmoniseren. Dat beginsel bevordert de open interne markt en een gelijk speelveld in de Europese Unie. Voor de Nederlandse land- en tuinbouw van belang, immers onze afzetmarkt rijkt tot ver over onze eigen grenzen en de Europese markt is voor ons van groot belang.

Edoch. Het afgeven van toelatingen voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsproducten blijft onder bevoegdheid van de lidstaten ressorteren. Aanvragers moeten aanvragen indienen bij de lidstaat op wiens grondgebied het product op de markt zal worden gebracht. De aanvraag moet worden vergezeld van documenten om het effect van het gewasbeschermingsproduct te kunnen beoordelen. Het gaat dan om effecten op mens, dier en milieu. Dat brengt extra kosten met zich mee. Bovendien werd op Europees niveau voor de zonale toelating van het product ook al de toxiciteit beoordeeld. Producten die enigerlei vorm van mutagene werking hebben, of kankerverwekkend zijn, of toxisch en of accumulerend en persistent voor en in het milieu zijn, worden door de EU niet toegelaten.

Er zullen door voorstanders van deze werkwijze best belangrijke aspecten benoemd kunnen worden, die rechtvaardigen dat de marktoegang door lidstaten zelf moet worden bepaald. Echter, op het eerste gezicht lijkt het voor de hand liggend te zijn, dat het dubbel werk is. De Europese harmonisatie zou er ook uit kunnen bestaan dat criteria om een product toe te laten op zonaal niveau worden geharmoniseerd. Mensen, dieren en het milieu in bijvoorbeeld het noordwesten van Europa verschillen niet fundamenteel per lidstaat. Toch blijven lidstaten eraan hechten om zelf de toelating tot de markt van hun grondgebied te bepalen. Dat werkt scheve concurrentieverhoudingen in de hand.

De toelating van producten is niet geharmoniseerd, maar ook de marktwerking en de vrije handel in die producten wordt zo belemmerd. Nederlandse afnemers kunnen alleen producten kopen met een NL toelating. Ook als de prijs van hetzelfde product in buurland Duitsland lager is, is er binnen de EU geen grensoverschrijdende handel toegelaten van gewasbeschermingsproducten. De vraag doet zich dan voor, wie er profijt heeft van die beperkingen. Boeren en tuinders in elk geval niet. De farmaceutische industrie en -handel mogelijk wel; als concurrentie wordt beperkt is dat in het voordeel van grote leveranciers. Die bepalen de prijs. Het wordt tijd voor de overheid om de vrije marktwerking binnen de EU en een gelijk speelveld echt te bevorderen en er niet alleen maar over te praten.

24 februari 2017

BRON:
Jeroen Kloos
Naar boven